Wat is het ganglion sphenopalatinum?
Een ganglion is een zenuwknoop waar veel zenuwbanen samenkomen. Het ganglion sphenopalatinum is de naam van een zenuwknoop die achter in de neus ligt.
Door blokkades van dit ganglion kan men de pijn bij bepaalde vormen van aangezichtspijn en hoofdpijn verminderen. Denk hierbij aan clusterhoofdpijn (Horton neuralgie) en atypische aangezichtspijn.
Tijdens behandeling wordt de pijngeleiding doorheen het ganglion onderbroken. Dat gebeurt door het aanbrengen van een radiofrequente stroom via een naald. Zo warmt de naald op en dat veroorzaakt een hitteletsel ter hoogte van het ganglion. Hierdoor kan de pijn afnemen.
Hoe verloopt de behandeling?
- Je wordt naar de behandelzaal gebracht.
- Vooraf krijg je een infuus. Er wordt een dosis antibiotica gegeven.
- Monitoring wordt aangebracht; dit zijn controles om hartslag, bloeddruk en zuurstofsaturatie te meten.
- De anesthesist brengt je onder lichte verdoving.
- De aanprikplaats wordt ontsmet en de huid wordt lokaal verdoofd.
- Met behulp van medische beeldvorming (RX-stralen) wordt de naald correct gepositioneerd.
- Je wordt terug wakker gemaakt.
- De positie van de naald wordt gecontroleerd met kleine teststroompjes. Deze voel je als een drukkend of tintelend gevoel naar een deel van het gezicht gaan. We leggen je dit uit tijdens de behandeling.
- Tot slot verwarmt de pijnarts het ganglion door middel van een radiofrequente stroom. Dit is niet pijnlijk.
- Na de procedure word je naar de ontwaakzaal gebracht ter observatie.
- Om de kans op een bloeduitstorting ter hoogte van de wang te beperken, wordt er een ijszak geplaatst ter hoogte van de prikplaats.
- Na een evaluatie van de pijnarts word je naar de kamer gebracht.
- Na één overnachting en controle van de pijnarts mag je het ziekenhuis verlaten.
Nevenwerkingen en verwikkelingen
Hoewel de techniek en de producten erg veilig zijn, zijn er toch enkele nevenwerkingen en verwikkelingen beschreven:
- Gevoelsstoornissen ter hoogte van het gehemelte aan de behandelde zijde.
- Tijdelijke pijn op de insteekplaats is niet ongebruikelijk of verontrustend.
- Er kan een bloeduitstorting ontstaan als er een bloedvaatje wordt geraakt. Daardoor kan er een blauwe plek ontstaan ter hoogte van de wang. Zeer zelden kan er ook een bloedneus ontstaan.
- In zeldzame gevallen kan een bacterie uit het neusslijmvlies in het hersenvocht terechtkomen waardoor er een hersenvliesontsteking kan ontstaan.
- Het kan zijn dat je last krijgt van ‘napijn’ als de verdoving is uitgewerkt. Deze kan heftig zijn en enkele weken aanhouden, maar verdwijnt vrijwel altijd. Je kan hiervoor een pijnstiller innemen.
- Allergische reacties op latex, ontsmetting, contrastvloeistof of toegediende producten zijn steeds mogelijk. Vermeld steeds aan de verpleegkundige of arts of je gekende allergieën hebt.
Bijzondere aandachtspunten en voorzorgen
- De dag van de behandeling moet je nuchter zijn, dit betekent dat je vanaf middernacht niets meer mag eten of drinken.
- Je normale ochtendmedicatie mag je innemen met een slokje water. Uitzondering: medicatie voor diabetes en bepaalde bloedverdunners mag je niet innemen. Breng een lijstje van je medicatie mee naar het ziekenhuis.
- Vermeld vooraf aan de verpleegkundige of arts of je allergieën hebt voor latex, contrastvloeistof of ontsmettingsproducten.
- Indien er een mogelijkheid bestaat dat je zwanger bent, wordt de behandeling best niet uitgevoerd.
- Het is aangewezen om bepaalde bloedverdunnende geneesmiddelen op voorhand te stoppen. Dit zal tijdens de voorafgaande consultatie besproken worden.
- Indien je een infectie doormaakt (bijvoorbeeld keelontsteking, tandabces, luchtweginfectie, maag- of darminfectie, blaasinfectie, lokale infectie in de regio waar de infiltratie uitgevoerd wordt, behandeling met een antibioticum, …) kan het nodig zijn om de infiltratie uit te stellen.
Na de behandeling
Na de behandeling stuurt de pijnarts een verslag van de procedure door naar je huisarts en eventueel naar de verwijzende arts-specialist.
Moesten er zich na thuiskomst problemen voordoen, dan verwittig je best je huisarts. Dat is de aangewezen persoon om je vragen te beantwoorden of je eventueel door te verwijzen.
Praktische info
De behandeling gaat door op onze campus in Dendermonde. De dienst opnameplanning zal je de dag voor de ingreep contacteren om het uur van opname mee te delen.
Je komt op het afgesproken uur naar het ziekenhuis. Je schrijft je in aan het onthaal op de eerste verdieping. De onthaalmedewerker verwijst je naar de verblijfsafdeling.
- Breng zeker je identiteitskaart mee.
- Breng ook nacht- en toiletgerief mee.
- Vermeld vooraf aan de arts of verpleegkundige of bepaalde documenten moeten ingevuld worden (bijvoorbeeld sociaal verlof, brief adviseur, document hospitalisatieverzekering, …)