Binnenkort word je opgenomen voor een operatie aan de dikke darm. AZ Sint-Blasius past hiervoor het ‘ERAS’-protocol toe. Dat omvat een aantal zorgelementen die ervoor zorgen dat je herstel beter en sneller verloopt. Je behandelend arts heeft het ‘ERAS’-protocol met jou besproken. Hieronder kan je alles nog eens nalezen.
'ERAS'-protocol
‘ERAS’ is een afkorting van de Engelse woorden: Enhanced Recovery After Surgery. Letterlijk vertaald: ‘verbeterd herstel na de operatie’.
Dit protocol kwam internationaal tot stand door jarenlang onderzoek te doen naar alle factoren die invloed kunnen hebben op een beter en sneller herstel. Daaruit blijkt dat je, als patiënt, samen met je artsen kan zorgen voor een beter en sneller herstel na de operatie. Zo kan het dat je reeds 3 dagen na een ingreep aan de dikke darm het ziekenhuis mag verlaten.
Optimale zorg voor de operatie
- Afspraak bij jouw chirurg
Je krijgt eerst informatie van de chirurg die je zal opereren. Hij overloopt met jou waarom je geopereerd moet worden, welke ingreep uitgevoerd zal worden en welke de mogelijke complicaties zijn. Hij bespreekt met jou ook het ‘ERAS’-protocol. Aarzel niet om al je vragen te stellen of zaken waarover je jou zorgen maakt te bespreken.
Vergeet zeker niet eventuele allergieën te melden. Zo kunnen we dit in je dossier noteren. Sommige bloedverdunners moet je stoppen vóór de operatie, andere niet. Bespreek dit met jouw chirurg.
Wanneer er bij jou een ‘stoma’ voorzien wordt, dan kom je op onze speciale stoma-raadpleging vóór de operatie. Zo maak je vooraf al kennis met een stoma.
Plannen van je opname
Na het afspreken van een operatiedatum met jouw chirurg, kan je langsgaan bij de dienst Opnameplanning. Deze vind je naast de inschrijvingskiosken op de 1ste verdieping.Hier kan je jouw kamerkeuze doorgeven. We geven je een preoperatief dossier mee dat je samen met je huisarts moet invullen. Je brengt het de dag van de opname terug mee naar het ziekenhuis. Het is mogelijk dat vóór de ingreep nog een cardiologisch onderzoek (onderzoek van het hart) moet gebeuren of dat je op raadpleging moet komen bij de anesthesist (= slaapdokter). Wanneer dit bij jou nodig is, zullen de medewerkers van de dienst Opnameplanning de nodige afspraken maken.
Wat kan je voor de operatie doen?
Voeding
Een goede voedingstoestand zal je herstel bevorderen. Ben je in de periode vóór de operatie veel vermagerd? Meld dit dan aan jouw chirurg. We raden aan om, indien mogelijk, 7 dagen vóór de operatie energierijke bijvoeding te gebruiken. Zeker wanneer je de laatste zes maanden meer dan 10% van je lichaamsgewicht verloor (of meer dan 5% gedurende de laatste maand). Onderaan deze pagina vind je een voorschrift voor Fortimel compact proteïn. Je drinkt best 1 à 2 flesjes per dag (koud). Opgelet: als je diabetespatiënt (suikerziekte) bent is deze voeding niet aangewezen.Roken
Roken is heel schadelijk voor je herstel. Ook de e-sigaret (‘vapen’) heeft een nadelig effect. Naast longproblemen zijn de schadelijke stoffen van sigaretten ook verantwoordelijk voor een hoog risico op wondproblemen en naadlekkages (een naadlekkage betekent dat er aan de nieuwe aansluiting een gaatje is ontstaan in de darm. Het darmvocht kan nu in de buik lopen, waardoor je ziek wordt). Wist je dat de risico’s op complicaties na de operatie door roken normaliseren als je 6 tot 8 weken vóór de ingreep stopt met roken? Ook als je slechts 2 weken vóór de ingreep stopt, daalt het risico sterk.Alcohol
Het (overvloedig) gebruik van alcohol hindert een voorspoedig herstel. Probeer het gebruik van alcoholische dranken tot een absoluut minimum te beperken. Drink de laatste 5 dagen vóór de ingreep geen alcohol meer.
Optimale zorg de dag voor de operatie
- Voeding
De dag vóór de operatie eet en drink je best gewoon tot middernacht. Drink minstens 1,5 liter (uiteraard geen alcoholische dranken). Tot 2 uur vóór de operatie mag je heldere dranken drinken: water, thee, zwarte koffie. Opgelet: drink GEEN melk!
- Pre-op drinken
Lang nuchter blijven, zorgt voor een gestoorde vocht- en elektrolytenbalans (= mineralen die worden opgelost in het bloed en weefsels van het lichaam zoals bijvoorbeeld natrium). Daarom raden wij aan om de avond vóór de operatie 2 flesjes van 200 milliliter Nutricia PreOp te drinken. Ook de ochtend van je operatie, ten laatste 2 uur vóór de operatie, raden we aan om 2 flesjes van 200 milliliter Nutricia PreOp te drinken. Je vindt onderaan deze pagina een voorschrift. Opgelet: Nutricia Preop is gluten- en lactosevrij, maar bevat suikers. Het is dus niet aangewezen bij diabetespatiënten (suikerziekte). Zij drinken best gewoon water.
- Slaapmedicatie
Ben je gewend om slaapmedicatie te gebruiken? Je mag dit dan ook innemen de avond vóór de operatie. Er wordt standaard géén kalmeringsmiddel toegediend voor de operatie.
Optimale zorg de dag van de operatie
- Opname in het ziekenhuis
Op de dag van je opname word je geopereerd. Je schrijft je in bij de onthaalmedewerkers (route 1ste verdieping). Daarna kom je naar de balie van de verpleegafdeling Z 1A of Z 1B (route 61 of 63, 1ste verdieping). Een verpleegkundige brengt je naar je kamer en bereidt je verder voor op de operatie. Je hebt dan ook voldoende tijd om je eventuele extra vragen te stellen.
- Darmvoorbereiding
Afhankelijk van het deel van de dikke darm dat geopereerd wordt, krijg je wel of geen darmvoorbereiding (laxeermiddel). Je chirurg zal met jou bespreken of je een voorbereiding nodig hebt. Meestal is het niet nodig om de hele darm leeg en schoon te maken. Het voordeel hiervan is dat je niet te veel vocht verliest bij het laxeren en dat de darmen sneller hun werking hernemen na de operatie. Hierdoor heb je een beter en sneller herstel.
- Voorkomen van trombose
Om trombose (vorming van bloedklonter) te voorkomen, meten we jouw compressiekousen (steunkousen) aan bij opname. Deze moet je dag en nacht dragen tot je voldoende mobiel bent. Heb je nog kousen thuis liggen van een vorige ingreep, breng ze dan zeker mee.
- Naar de operatiekamer
De verpleegkundigen van de afdeling brengen je naar het operatiekwartier.
Hier zal een verpleegkundige je aansluiten aan een monitor. Deze meet de bloeddruk, registreert de hartslag en het zuurstofgehalte in je bloed. Daarna krijg je een infuus in de arm/hand. Via dit infuus wordt de verdoving toegediend. De ingreep vindt plaats onder algemene verdoving.
Vooraleer je verdoofd wordt, zal de anesthesist (slaapdokter) kennis met je maken. Ook je chirurg komt nog met jou praten. Voor de verdoving wordt een ‘safety checklist’ overlopen. De chirurg en de anesthesist stellen je een aantal vragen (je naam, geboortedatum, geplande operatie, …). Binnen het half uur na de operatie ben je terug bij bewustzijn. Je verblijft nog enkele uren op de ontwaakafdeling (recovery). Van zodra je weer voldoende bij kennis bent en de controles van je parameters (bloeddruk, ademhaling, …) in orde zijn, word je terug naar de verpleegafdeling gebracht.
- Sondes – katheters – drains
‘Slangetjes’ worden zo weinig mogelijk gebruikt. In principe wordt er geen maagsonde of drainage ingebracht. Dit gebeurt alleen wanneer je chirurg dit nodig vindt. Een blaassonde wordt tijdelijk geplaatst tijdens de operatie. Deze wordt normaal verwijderd vooraleer je naar de verpleegafdeling terug gaat. Het is zeer belangrijk dat je na de operatie dezelfde avond nog kunt plassen. Is dit niet zo, meld dit dan zeker aan de verpleegkundigen van de afdeling.
- Misselijkheid
Misselijkheid na een operatie kan niet altijd vermeden worden. Het ‘ERAS’-protocol bevat een aantal elementen om dit tegen te gaan. Zo worden er geen maagsondes geplaatst en krijg je op het einde van de operatie een middel om misselijkheid tegen te gaan. Mocht je in het verleden veel last gehad hebben van misselijkheid na een operatie, meld dit dan aan de anesthesist.
- Pijn
De dag van de operatie krijg je systematisch pijnstilling via het infuus. Van zodra mogelijk zullen we dit aanpassen naar pijnstillende medicatie die je via de mond (oraal) kan innemen. De verpleegkundigen zullen je systematisch vragen of je pijn hebt en indien nodig bijkomende medicatie geven. Aarzel niet om pijnstilling te vragen als je pijn hebt.
- Voeding
Na de operatie krijg je iets te eten en drinken. Dit helpt vaak tegen misselijkheid als gevolg van een lege maag en het stimuleert de darmen om weer op gang te komen. Daarom bieden we je bij aankomst op de verpleegafdeling een glas water aan. We proberen om je de avond na de operatie 2 glazen water te laten drinken. ’s Avonds bieden we je een lichte maaltijd aan. Je beslist zelf of je in staat bent om deze te eten. Wist je dat het kauwen van kauwgom soms een gunstig effect heeft op de werking van de maag en speekselklieren? Je mag dan ook zoveel kauwgom kauwen als je wil.
- Bewegen
Bewegen na de operatie is belangrijk om de darmen te stimuleren om weer te gaan werken en om trombose te voorkomen. Je begint dus zo snel mogelijk met bewegen na de operatie. De avond van de operatie zal je, onder begeleiding van een kinesist of verpleegkundige, al rondstappen en rechtop in de zetel zitten. Aangezien je na een operatie mogelijk nog schommelingen in de bloeddruk hebt, mag dit alleen onder begeleiding gebeuren om te voorkomen dat je valt. We geven je ook tips om je ademhaling te optimaliseren. Dit verkleint de kans op longproblemen na de operatie, zoals een longontsteking. We leren je ook oefeningen om vlot in- en uit bed te komen.
Optimale zorg na de operatie
- Infuus
Het infuus zal zo snel als mogelijk verwijderd worden. Het is vooral belangrijk dat je voldoende kan drinken. We proberen je 1 liter water te laten drinken vooraleer we het infuus afkoppelen.
- Pijnbestrijding
Je krijgt standaard 4 keer per dag paracetamol. Het is belangrijk om deze medicatie in te nemen ook al heb je geen pijn. Deze pijnstiller ondersteunt immers de werking van andere pijnstillers mocht dit nodig zijn. Daarnaast is pijn die al doorgebroken is, moeilijker te bestrijden dan wanneer we al een pijnstiller toedienen vooraleer je pijn hebt. De verpleegkundigen zullen je op geregelde tijdstippen vragen naar je pijn en indien nodig bijkomende pijnmedicatie geven. Mocht je merken dat de pijnmedicatie onvoldoende is, aarzel dan niet om bijkomende medicatie te vragen.
- Voorkomen van trombose
Je moet de compressiekousen dag en nacht dragen tot wanneer je voldoende beweegt, net zoals vóór de operatie. Daarnaast krijg je elke avond een middel om bloedstolling (trombose) te vermijden. Dit wordt toegediend door een injectie met een kleine naald in de buikwand.
- Bewegen
De dagen volgend op je operatie is het belangrijk om voldoende te bewegen. De verpleegkundigen zullen je stimuleren om zoveel mogelijk uit bed te komen en een stukje te gaan wandelen. Om goed te kunnen bewegen is het essentieel om voldoende pijnstilling te hebben. Wanneer pijn je hindert om te bewegen, meld dit dan aan de verpleegkundigen. Wanneer je toch in bed blijft, is het belangrijk om zo recht mogelijk in bed te zitten om zo de longen maximaal te laten ventileren.
- Voeding
We bieden je steeds voeding aan. Je beslist zelf hoeveel je hiervan eet afhankelijk van hoe je je voelt. We streven ernaar dat je zo snel als mogelijk je oude eetpatroon kan hervatten.
Optimale zorg na ontslag uit het ziekenhuis
Naar huis
In principe mag je vanaf de 3de dag na de operatie naar huis. Dit op voorwaarde dat:- Je darm normaal functioneert.
- Je voldoende kan drinken en eten.
- Je geen koorts hebt.
- Een controle van je bloed geruststellend is.
- De pijn onder controle is.
- Je goed kan bewegen.
- Je je fit genoeg vindt om naar huis te gaan.
- Het is niet noodzakelijk dat je reeds stoelgang gemaakt hebt.
Uiteraard wordt de definitieve beslissing om naar huis te gaan door de chirurg genomen, in overleg met jou. Je komt 2 weken na ontslag uit het ziekenhuis terug op raadpleging. Normaal heb je thuis geen extra hulp nodig als je vóór de operatie zelfstandig je dagdagelijkse activiteiten deed. Je hebt dus geen ziekenhuisbed of dergelijke nodig. Wel is het prettig wanneer je de eerste 2 weken na de ingreep wat extra hulp hebt van je partner, familie, vrienden, buren, …
Ook komt er 1 maal per dag een thuisverpleegkundige gedurende 10 of 20 dagen om de spuitjes tegen trombose verder te zetten. Een dikkedarmoperatie blijft een grote ingreep. Hierdoor is het volledig normaal dat je de eerste 2 tot 4 maanden na de ingreep vermoeid bent.Complicaties
Complicaties kunnen ook nog na het ontslag uit het ziekenhuis optreden. De meest gekende zijn een blaasontsteking en longontsteking. Specifiek voor dikkedarmoperaties zijn naadlekkages en wondproblemen.Naadlekkages ontstaan op de plaats waar de darm terug aan elkaar geplaatst is. Wanneer een naadlekkage zich voordoet zal je je ernstig ziek voelen. Je zal koorts krijgen, braken, een opgezette buik hebben en toenemende pijn krijgen.
Wondinfecties uiten zich door roodheid, verlies van wondvocht (vaak onwelriekend) en pijn rondom de wonde. Koorts komt ook vaak voor. In dit geval moet de wonde lokaal wat geopend worden om drainage toe te laten.
Wanneer moet je contact met het ziekenhuis opnemen?
- Bij toenemende pijn.
- Koorts (meer dan 38.5°C).
- Misselijkheid of braken.
- Wondproblemen.
- Wanneer je ongerust bent over het postoperatieve verloop.
Eigen bijdrage aan het ERAS-herstel
Zoals je al kon lezen zijn er een aantal zaken die je als patiënt kan doen om je herstel zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen. Een actieve bijdrage van jou als patiënt is uitermate belangrijk. Hieronder vind je een ‘checklist voor herstel’. Aan de hand daarvan kan je zien of je herstel op schema zit en of je de elementen van het ERAS-protocol volgt. Let er wel op dat het herstel voor elke patiënt wat anders is. De checklist geeft slechts gemiddelden weer.
Checklist voor herstel
Weken voor de operatie
□ ROOKSTOP
□ Alcohol tot een minimum beperken
□ Voldoende lichaamsbeweging
□ 7 dagen voor de operatie: Fortimel compact proteïn (opgelet: NIET voor diabetespatiënten!)
Avond voor de operatie
□ Normaal eten en drinken tot middernacht
□ 2 flesjes van 200ml Nutricia PreOp (opgelet: NIET voor diabetespatiënten!)
□ Heb je trombosekousen? Neem deze dan zeker mee.
Ochtend van de operatie
□ 2 flesjes van 200ml Nutricia PreOp (opgelet: NIET voor diabetespatiënten!)
Avond van de operatie
□ Heb je kunnen plassen?
□ Water drinken (probeer 2 glazen water te drinken)
□ Lichte maaltijd (je voelt zelf of je hier zin in hebt of niet)
□ Uit bed komen onder begeleiding en een korte wandeling doen
Dag na de operatie
□ Zelfstandig uit bed komen
□ Lichte maaltijden en vloeibare bijvoeding
□ Zo veel mogelijk bewegen
Dagen na de operatie
□ Zo mogelijk verwijderen van het infuus en alle medicatie via de mond innemen
□ Normaal eten
□ Veel bewegen
Dag van ontslag
□ Heb je nog vragen?
□ Je kan voldoende eten en drinken
□ Je pijn is onder controle
□ Je voelt je goed
Terug thuis
□ De thuisverpleegkundige komt dagelijks voor een inspuiting tegen
trombose en controleert je wonden.
□ Het is normaal dat je je ’s middags moe voelt.
□ Het is normaal dat je stoelgang niet is zoals vroeger. Dit kan enkele weken duren.
□ Je mag nog vloeibare bijvoeding nemen (opgelet: NIET voor diabetespatiënten!)
□ Probeer zo veel mogelijk te bewegen.
□ Je mag je normale eetgewoonten hernemen.
Wanneer contacteer je best je arts?
- Bij toenemende pijn
- Koorts (meer dan 38.5°C)
- Misselijkheid of braken
- Wondproblemen
- Wanneer je ongerust bent over het postoperatieve verloop.