Als het om een kwaadaardig (‘maligne’) letsel gaat, is bijkomend onderzoek aangewezen.
- Het in kaart brengen van eventuele uitzaaiingen (metastasen); dit gebeurt door vier onderzoeken:
- RX thorax (röntgenfoto's van de longen): toont of er uitzaaiingen zijn in de longen.
- Echografie van de lever: toont of er uitzaaiingen zijn in de lever.
- Soms worden de RX thorax en echo van de lever vervangen door een CT-scan. De lever, longen en klierstreken worden dan in eenzelfde tijd onderzocht.
- Botscan (foto van het skelet): toont of er uitzaaiingen zijn in de botten. Er wordt een zwak radioactieve stof ingespoten in de arm. De stof gaat op de plaats van de uitzaaiingen zitten. Hierdoor worden de uitzaaiingen zichtbaar op de foto. De hoeveelheid straling van de radioactieve stof is voor volwassenen verwaarloosbaar en onschadelijk. De eerste 24 uur na de inspuiting is het belangrijk om minstens 2 meter afstand te bewaren van zwangere vrouwen en kinderen. Drink die dag minstens 1 liter water extra.
- Bloedafname
- Preoperatief: In het kader van de ingreep zal je bij de huisarts langsgaan voor de nodige onderzoeken, waaronder een bloedafname. Jouw huisarts zal de onderzoeksresultaten samen met de ingevulde vragenlijst meegeven.
- Opvolging: Tumormarker en de leverfunctie worden in het bloed bepaald bij de start van de behandeling om later, na het beëindigen van de therapie, te kunnen vergelijken en op te volgen. Tumormarkers zijn stoffen die in abnormale hoeveelheden aangemaakt worden door sommige kankers en in het bloed teruggevonden worden. Een tumormarker is vaak normaal bij de diagnose en wordt daarom niet gebruikt als diagnostische test.
- Gerichte echo en punctie
- In sommige gevallen kan NMR een nieuw letsel aantonen, waardoor bijkomend onderzoek door middel van een gerichte echo en eventueel punctie nodig kan zijn.