CT staat voor ‘computertomografie’. Dit toestel maakt gebruik van röntgenstralen, waarbij de röntgenbuis en detector in het CT-toestel zitten. Hier verschuift de tafel steeds in en uit de tunnel. De röntgenbuis draait 360° rond de patiënt en maakt dwarse (axiale) beelden doorheen het te onderzoeken lichaamsdeel. Een CT-beeld bestaat uit grijswaarden die uitgedrukt worden in Hounsfield-units (de verzwakking van stralen door het lichaam). Vervolgens kan de computer door middel van deze axiale beelden driedimensionale beelden reconstrueren.
Dankzij deze Hounsfield-units kan er op een CT-scan onderscheid worden gemaakt tussen harde weefsels (bot), organen en bloedvaten. Om organen en bloedvaten beter in beeld te brengen, wordt er gebruikgemaakt van jodiumhoudende contrastmiddelen. Dit contrast wordt intraveneus toegediend.
Check ook de pagina CT-onderzoeken op de website voor patiënten en bezoekers.