Hoe werkt het hart?
Het hart is een spier die werkt als een pomp. Door samen te knijpen stuwt het hart het bloed door heel het lichaam. Het hart bestaat uit een rechter- en linkerhelft. Iedere helft bestaat uit een voorkamer (of atrium of boezem) en een kamer (of ventrikel). Tussen de verschillende delen van het hart en de bloedvaten die er uit vertrekken, bevinden zich kleppen. Deze kleppen zorgen ervoor dat het bloed in de juiste richting stroomt. De kleppen zijn als deuren die slechts in één richting opengaan.
- Tussen rechtervoorkamer en rechterkamer => tricuspidalisklep
- Tussen linkervoorkamer en linkerkamer => mitralisklep
- Tussen rechterkamer en longslagader => pulmonalisklep
- Tussen linkerkamer en aorta => aortaklep
De rechtervoorkamer ontvangt zuurstofarm bloed uit het lichaam, stuwt dit naar de rechterkamer en deze stuwt het bloed naar de longslagaders waar het zuurstof uit de longen opneemt en koolzuurgas afgeeft. Het zuurstofrijke bloed stroomt dan langs de longader via de linkervoorkamer naar de linkerkamer die het bloed door de aorta naar de rest van ons lichaam stuwt.
Om deze werking van de hartspier te verwezenlijken moet het hart ook voedingsstoffen en zuurstof ontvangen. Dit gebeurt via de kransslagaders of coronairen, die rond het hart liggen. De kransslagaders zijn de eerste twee aftakkingen van de aorta en kronkelen zich rond het hart. Ze bestaan uit de linker- en rechterkransslagader. De linkerkransslagader splitst zich nog in twee waardoor men van drie grote takken spreekt die zich verder vertakken in oneindig vele kleine bloedvaatjes om zo het ganse hart te voorzien van voeding en zuurstof.
Naast zuurstof en voeding wordt het hart ook gestimuleerd door elektrische prikkels die in het hart zelf ontstaan. Wanneer er bij de werking van het hart iets misloopt kan het nodig zijn om een bijzonder onderzoek, een hartcatheterisatie, te ondergaan.
Wanneer wordt een hartkatheterisatie uitgevoerd?
De kransslagaders kunnen op sommige plaatsen vernauwen of afsluiten door geleidelijke vet- of cholesterolafzetting in de wand. Dit heet ‘atherosclerotische plaque’. Door die vernauwing ontvangt het hart te weinig zuurstof en kan het niet meer optimaal functioneren. Ook met de hartkleppen kunnen er problemen ontstaan. Wanneer deze niet goed meer functioneren of afsluiten kan het zuurstofrijk bloed vermengen met zuurstofarm bloed. Als de aortaklep niet goed afsluit vloeit er onvoldoende zuurstofrijk bloed naar het lichaam wat ook problemen geeft. De kracht waarmee het hart samentrekt is ook belangrijk om ons lichaam te voorzien van zuurstof en voeding. Mogelijke oorzaken zijn roken, stress, hoge bloeddruk, alcoholgebruik, vetrijke en zoutrijke voeding, ouderdom, en aangeboren afwijkingen.
Gevolg van deze vernauwing:
- Pijn in de borst, vooral bij inspanning of stress
- Drukkend gevoel ter hoogte van de borststreek
- Kortademigheid
- Overmatig transpireren
- Soms misselijkheid en braken
- Hartritmestoornissen
- In ernstige gevallen kan het leiden tot een hartaanval
Wanneer deze problemen zich stellen zal de dokter de patiënt voorstellen om een hartkatheterisatie te ondergaan.
Hoe verloopt de hartkatheterisatie?
Via de hartkatheterisatie wil je arts onderzoeken:
- of er vernauwingen zijn in de kransslagader
- of de hartkleppen nog optimaal werken
- of de pompfunctie van het hart of kransslagaders nog voldoende is
- of het hart een infarct heeft doorgemaakt.
De arts zal eveneens de druk in de hartkamers en de kransslagaders opmeten.
Hoe verloopt het onderzoek?
- Er wordt een introducer (dun, hol slangetje) via de pols ingebracht *. Langs die weg worden verschillende katheters opgeschoven tot het hart.
* in uitzonderlijke gevallen via de lies. - De patiënt wordt enkel plaatselijk verdoofd en kan dus alles goed mee volgen.
- Via de katheter wordt er een contraststof ingespoten waardoor je op een TV-scherm kan zien hoe deze zich verder verspreidt. De arts kan dan duidelijk vernauwingen of verstoppingen opsporen in de kransslagaders en de werking van de kleppen controleren.
- De verschillende drukken in de hartkamers worden gemeten om de kracht van de hartwerking te controleren. De druk in de linkerventrikel en de kransslagaders is belangrijk. Soms beslist de arts om ook de druk in de rechterventrikel te controleren. Dan duurt het onderzoek iets langer omdat er dan een tweede katheter, namelijk in de ader, wordt ingebracht.
- Tijdens het onderzoek wordt alles digitaal opgenomen.
De hartkatheterisatie
Het onderzoek gebeurt niet in ons ziekenhuis AZ Sint-Blasius. De cardiologen verwijzen je door naar AZorg (Aalst) *. Daar voert ofwel één van onze eigen artsen het onderzoek uit, ofwel een arts van AZorg.
* Op verzoek van de patiënt kan het onderzoek ook in een ander daartoe uitgerust ziekenhuis plaatsvinden.
De meeste patiënten gaan rechtstreeks naar Aalst en kunnen dezelfde dag weer naar huis, indien de resultaten van het onderzoek in orde zijn.
Wanneer je nog extra onderzoeken moet krijgen, dan word je eerst opgenomen in AZ Sint-Blasius. Wij zorgen voor transport naar Aalst, je komt dezelfde dag terug naar Dendermonde. Meestal kan je de volgende dag terug naar huis.
De voorbereiding in het AZ Sint-Blasius:
- Er zijn enkele voorbereidende onderzoeken nodig:
- Bloedonderzoek
- Eventueel een longfoto (‘RX thorax’)
- Eventueel een Electrocardiogram (‘ECG’)
- Soms worden nog bijkomende onderzoeken gedaan afhankelijk van de algemene toestand van de patiënt
- Jij kan ons belangrijke informatie geven:
- Gelieve je voor jouw opname nog eens te wegen
- Ben je allergisch voor contraststof?
- Lijd je aan suikerziekte?
- Ben je een dialysepatiënt of werken je nieren minder goed?
- Heb je reeds operaties aan de bloedvaten van de benen of hals ondergaan?
- Heb je last van pijn in de benen als je ver moet stappen?
- Breng zeker ook jouw thuismedicatie mee, bij voorkeur in de originele verpakking.
- Plavix/Aspirine/Asaflow moet NIET gestopt worden.
- Glucophage stoppen 2 dagen voor coronaro.
- Je wordt geschoren in de liesstreek. (Je mag dit thuis ook zelf doen.)
Transfer naar Aalst:
- Daar het onderzoek niet in het AZ Sint-Blasius gebeurt, wordt er gespecialiseerd ziekenvervoer georganiseerd door de verpleegkundigen. Dit is enkel voor de patiënt en niet voor familie of begeleidend bezoek.
- Volgende zaken neem je mee naar het onderzoek:
- Identiteitskaart
- Bloedgroepkaart
- Het geplastificeerd kaartje van het OLV-ziekenhuis, indien je hierover beschikt
- Je hospitalisatieverzekeringskaart (bv. Assurcard), indien je hierover beschikt
- Vóór het onderzoek ga je best nog eens naar het toilet om ongemakken te vermijden.
Tijdens het onderzoek:
- Er wordt een infuus geplaatst in de arm. Je krijgt ook een licht sedativum (kalmerend middel) toegediend.
- Wanneer je in de gespecialiseerde zaal binnenkomt, zie je een groot aantal apparaten. Laat je daardoor niet afschrikken, dit is enkel om het onderzoek zo goed en zo veilig mogelijk te laten verlopen.
- Nadat men je op de onderzoekstafel heeft gelegd, legt men een elektrocardiogram aan om tijdens het volledige onderzoek jouw hartslag te volgen. Vervolgens bedekt men je volledig met een steriel doek; enkel lies en hoofd blijven bloot.
- De dokter begint met een plaatselijke verdoving te geven in de lies. Dit prikje is het enige wat je voelt tijdens het onderzoek. Daarna plaatst de arts een klein buisje in de liesslagader waarlangs de katheters waarmee de onderzoeken gebeuren, worden opgeschoven. Enkel wanneer de dokter de contrastof inspuit, voelt men een warmtegevoel over het ganse lichaam. Wanneer de contraststof aan de schaamstreek komt heeft men soms het gevoel dat men moet plassen. Dit is echter maar schijn en gaat snel over. Wanneer de catheter opgeschoven wordt in de linkerventrikel kan men soms het hart even voelen ‘overslaan’. Dit kan echter geen kwaad.
- Wanneer het onderzoek afgelopen is, wordt het buisje uit de lies verwijderd. De verpleegkundige duwt dan gedurende ongeveer 15 minuten op de insteekplaats. Dit is om nabloeden te vermijden. Soms wordt er een klem geplaatst op de insteekplaats. Belangrijk is dan stil te liggen zodat de klem niet verschuift. Wanneer het afdrukken iets langer duurt, moet je je niet ongerust maken.
- Soms beslist de dokter om het buisje nog even te laten zitten voor een behandeling de volgende dag. Mogelijke redenen:
- Wanneer er geen ‘stent’ gestoken werd en enkel de vernauwing opengemaakt werd met balloncatheter, kan het soms gebeuren dat de vernauwing dichtklapt; in dat geval wordt er ’s anderdaags toch een ‘stent’ gestoken.
- Wanneer er reeds veel contraststof is toegediend moet men soms wachten tot ’s anderdaags om een PCI (Percutane Coronaire Interventie) uit te voeren, zodat het lichaam de kans heeft de contraststof eerst te verwijderen.
- Na het afdrukken of het verwijderen van de klem, wordt er een drukverband ter hoogte van de lies aangebracht. Daarmee wordt het gevaar op een bloeding vermeden. Het drukverband mag pas na ± 12u. verwijderd worden, afhankelijk van de beslissing van de behandelende arts.
- Soms wordt er een Angio-seal vaatafsluitsysteem geplaatst. Vervolgens wordt er een soort sponsje geplaatst ter hoogte van de punctieplaats. Hiervan krijg je een kaartje dat je 90 dagen moet bijhouden in jouw portefeuille. Het sponsje lost na lange tijd gewoon op.
Na het onderzoek:
- Bedrust is verplicht na het onderzoek: de dokter beslist wanneer de patiënt uit het bed mag.
- Benen niet teveel bewegen; bij hoesten met de hand op de liesstreek drukken.
- Na het onderzoek mag men eten en is het belangrijk zoveel mogelijk te drinken (1 à 1,5 liter vocht); dit opdat de contraststof zo vlug mogelijk uit het lichaam gespoeld zou worden via de nieren.
- De verpleegkundige zal gedurende de eerste uren na het onderzoek, regelmatig pols- en bloeddruk controleren. Ook het verband wordt regelmatig nagezien, om te zien of er geen bloeding opgetreden is.
- Mocht er zich iets abnormaal voordoen, bijvoorbeeld draaierig, pijn op de borst, vochtig verband, … dien je de verpleegkundige meteen te verwittigen.
- Vanuit het O.L.Vrouwziekenhuis wordt er ambulancevervoer georganiseerd om je terug naar het AZ Sint-Blasius te brengen (het personeel van het AZ Sint-Blasius weet dus niet exact wanneer de patiënt terug aankomt in het ziekenhuis).
- Bij aankomst in het AZ Sint-Blasius wordt men soms onder monitoring geplaatst om het hartritme te volgen. De dag na het onderzoek is er nog een bloedafname en ECG-controle.
- Als er geen verwikkelingen zijn, mag de patiënt na 24u het ziekenhuis verlaten.
Catheterisatie via de arm
Er zijn geen verschillen tussen de catheterisatie langs de arm of langs de lies. Je moet niet in bed blijven, maar na de ingreep mag de arm niet te zwaar belast worden.
Resultaat en gevolg
Direct na het onderzoek kan de dokter je reeds een voorlopig resultaat meedelen en eventueel een idee over de verdere behandeling. Een definitief resultaat zal later volgen als de dokter de film tot in de details bekeken en eventueel besproken heeft met collega’s. Wanneer er een bloeduitstorting is ter hoogte van de lies, wordt dit nog verder met zalf behandeld. Wanneer er een stent is geplaatst, kunnen er bloedklonters ontstaan ter hoogte van de stent, dit wordt vermeden door een licht bloedverdunnend medicament te geven tot de stent goed is ingegroeid (bijvoorbeeld: Plavix, Ticlid).
Nazorg
De eerste week is het aangeraden om geen bad te nemen, enkel een douche. Gedurende 3 dagen dien je de pleister op de wonde te laten. De eerste week mag je het been niet teveel bewegen; let ook op met autorijden. Verder mag je doen en laten zoals vroeger. Het is wel belangrijk om jouw medicatie juist en stipt in te nemen. Na ontslag zal de behandelende arts je een datum meegeven om terug op controle te komen en enkele testen uit te voeren. Gezonde lichaamsbeweging en gezonde voeding is aanbevolen. Vermijd overgewicht. Voor jou geldt een volledig en strikt rookverbod. Indien er, eenmaal terug thuis, abnormale pijn of problemen optreden, raadpleeg dan je huisarts of de huisarts van wacht. Hij/zij zal je indien nodig doorverwijzen.
Nuttige telefoonnummers
- Hart- en Vaatcentrum | 052 25 23 81
- Secretariaat Cardiologie | 052 25 29 50
- Afsprakenbureau | 052 25 25 05
- Opnameplanning | 052 25 25 74