Van zodra je baby geboren is en goed begint te drinken aan de borst, beginnen volgende hormonen van de mama te werken:
- Prolactine: zorgt ervoor dat de melkklieren melk produceren van
zodra het kind goed begint te zuigen - Oxytocine: zorgt voor de ‘toeschietreflex’. De melk wordt dan van
de borstklieren naar het tepelhof gestuwd.
Wat kan de productie van deze hormonen stimuleren?
- voeden op vraag
- een goede aanlegtechniek
- een rustige, aangename en warme omgeving
- zelfvertrouwen
- steun van partner en familie
Hoe weet je of de hormonen goed werken?
Een goede werking merk je aan volgende zaken:
- het voelen samentrekken van de baarmoeder tijdens of net na het drinken
- een plotseling dorst- en/of een warmtegevoel
- een prikkelend gevoel in de borst(en)
- er lekt melk uit de tepels
- wanneer je baby de tepel lost, spuit de melk er uit
- je voelt je loom
Niet al deze gewaarwordingen zijn altijd bij iedereen aanwezig. Het kunnen tekenen zijn van een borstvoeding die ‘op gang’ komt.
De borst bestaat uit melkklieren, melkkanaaltjes (die uitmonden in de tepel), bindweefsel en vetweefsel.
Om melk uit de borst te kunnen halen en de productie te stimuleren moet de baby
- goed aanliggen
- voldoende van de borst in de mond nemen: de tepel komt ver achterin het mondje van de baby. Met zijn kaakjes masseert de baby de melkkanaaltjes onder het tepelhof. Op deze manier kan hij de borst optimaal ledigen. Om dit te bereiken is een goede aanleghouding belangrijk.
Je baby goed laten aanhappen gaat zo ...
- Leg je baby met
- zijn gezicht recht voor je borst
- zijn buik tegen je lichaam, helemaal naar jou gekanteld
- zijn hoofd en rug in één rechte lijn
- de neus ter hoogte van de tepel
- Maak gebruik van je baby’s reflexen: laat hem gerust zelf wat zoeken; met de tepel kan je zijn bovenlip prikkelen waardoor zijn mondje opengaat.
- Wanneer je baby zijn mond ver open heeft, breng je hem dichter naar de borst toe.
- De baby moet de borst vol in de mond nemen (dus niet enkel de tepel).
- De baby drinkt, wacht een beetje en drinkt opnieuw: traag en met
diepe teugen.
Wanneer is je kindje verkeerd aangelegd?
- wanneer je blijvende pijn hebt tijdens of na de borstvoeding
- wanneer de baby
- enkel de tepel in de mond heeft
- ingetrokken wangetjes heeft en herhaaldelijk loslaat
- smakgeluiden maakt tijdens de voeding
- bij tepelkloven
- wanneer de tepel afgeplat, wit of gerimpeld lijkt meteen na de
voeding - bij overdreven stuwing
- bij eindeloze voedingen
Een correcte drinkhouding herken je zo ...
- je baby doet zijn mondje wijd open
- zijn kin raakt je borst, zijn hoofdje knikt licht achterover
- zijn boven- en onderlip zijn naar buiten gekeerd
- eerst drinkt hij met snelle zuigbewegingen om de toeschietreflex
op te wekken; daarna gaat hij over naar een langzaam zuigen met diepe teugen - je hoort je kindje slikken (tijdens de eerste dagen nog niet heel duidelijk hoorbaar).
De houdingen bij het aanleggen
Zorg dat je een comfortabele en ontspannen houding kan aannemen en test verschillende houdingen uit. Je kan een borstvoedingskussen gebruiken: dit installeer je pas nadat de baby al aan de borst ligt. Zo niet, bestaat het risico dat de baby aan de borst ‘hangt’ of de moeder naar de baby toe buigt. Vraag hiervoor zeker hulp aan de vroedvrouwen.