Voor Peter Coolens loopt AZ Sint-Blasius als een rode draad door zijn leven. “Ik werk hier al meer dan dertig jaar. Ik leerde hier mijn vrouw kennen. Mijn drie kinderen zijn hier geboren. En nu werken twee van mijn zonen hier ook.”
Peter is kinesitherapeut in het ziekenhuis. Zijn zoon Thiel werkt voor de logistieke dienst in het magazijn. Arvid, de jongste, is technisch medewerker. “We werken alle drie op verschillende afdelingen”, lacht Peter. “Dat is misschien het voordeel. Het is niet dat we elkaar constant tegenkomen.”
Dat Thiel en Arvid ook in AZ Sint-Blasius terechtkwamen, is niet helemaal toevallig. Hun mama Wendy werkte vroeger ook in het ziekenhuis. Maar Peter heeft zijn zonen nooit in die richting gestuurd. “In het begin waren ze misschien zelfs wat terughoudend. Maar ze wisten natuurlijk wel dat AZ Sint-Blasius een goede werkgever is. En toen ze de kans kregen, hebben ze die gegrepen.”
Een belangrijke schakel achter de schermen
Thiel maakte kennis met het ziekenhuis via een stage. Dat viel zo goed mee dat hij er na zijn studies solliciteerde. Vandaag helpt hij mee om de goederenstroom in het ziekenhuis draaiende te houden. “Wij zorgen dat alle materiaal op de afdelingen en bij de administratieve diensten geraakt. Spuiten, naalden, medisch materiaal, maar ook kopiewerk, papier en andere benodigdheden. Alles gaat via het magazijn en de logistieke dienst.”
Het is werk dat vaak achter de schermen gebeurt, maar onmisbaar is. “Als wij ons werk niet naar behoren doen, hebben de afdelingen niets om mee te werken”, zegt Thiel. “Daarom moeten we zorgen dat alles op tijd klaarstaat en geleverd wordt. We zijn een belangrijke schakel in het hele proces.”
Voor Thiel draait daarbij alles om op elkaar kunnen rekenen. “In onze dienst moeten we echt voor elkaar klaarstaan. We hebben het magazijn, de leverdienst, de mensen van de administratie … Dat hangt allemaal samen. Als het erg druk is, springen we bij waar nodig. Zo geraakt het werk altijd mooi op tijd af. Dat moet ook wel.”
Groeien op de werkvloer
Ook Arvid kwam het ziekenhuis binnen via school. Toen hij vijftien was, koos hij voor een duaal leercontract. AZ Sint-Blasius gaf hem de kans op de technische dienst. “Ik doe er allerhande klussen: kleine herstellingen, een kader ophangen, een alcoholverdeler herstellen, een whiteboard verhuizen, standen opzetten … Van alles en nog wat. Geen dag is hetzelfde.”
Net die afwisseling vindt Arvid prettig. “Ik werk hier graag. Ik heb goede collega’s en ik leer nog elke dag bij. Toen ik hier begon met het duaal leercontract, was ik pas vijftien. Ik moest nog veel ontdekken. Ik wist toen niet eens hoe een boormachine werkt. Maar iedereen stond klaar om te helpen waar nodig. Dat is de sfeer hier: iedereen helpt elkaar. Dat stimuleert om te groeien.”
Omdat Arvid vaak ook op kamers en consultatieruimtes komt, hecht hij veel belang aan respect. “Ik houd altijd rekening met de privacy van patiënten. Als het niet goed uitkomt of als iemand verzorgd wordt, dan kom ik op een beter moment terug. Wij passen ons zoveel mogelijk aan. Tenslotte werken we in een ziekenhuis. De patiënt staat voorop.”
Mensen blijven de kern
Peter herkent in het verhaal van Arvid hoeveel je leert op de werkvloer, gewoon door te doen en door collega's die je op weg helpen. Zelf werkt hij al meer dan drie decennia als kinesitherapeut. “Ik begon op de dienst geriatrie. Nu werk ik op verschillende diensten, maar meestal vind je mij in de rug-nekschool en op orthopedie. Toen ik startte, waren we met negen kinesitherapeuten. Nu zijn we met bijna dertig mensen. Er zijn ook ergotherapeuten bijgekomen, logopedisten, verschillende zalen, veel toestellen …”
Toch blijft voor Peter vooral het menselijk contact centraal staan. “Voor mij is het één-op-ééncontact met mensen zeer belangrijk. Ook nu het ziekenhuis groter geworden is, mag dat menselijk contact niet verloren gaan in de zorgrelatie. Je werkt met mensen. Dat blijft de kern.”
Diezelfde aandacht voelt hij ook in de manier waarop het ziekenhuis met medewerkers omgaat. “Er wordt naar ons geluisterd. Als iets je dwarszit, kun je dat zeggen. En er wordt rekening mee gehouden.”
Ook Thiel en Arvid voelen zich goed op hun dienst. “We zijn met veel collega’s en de sfeer is goed”, zegt Thiel. “Je kunt ook al eens plezier maken met elkaar. Dat maakt het tof om samen te werken.”
Goedemorgen
Dat de drie ook thuis nog over het ziekenhuis praten, spreekt bijna vanzelf. “Bijna dagelijks komt er wel iets ter sprake”, zegt Arvid. “Een anekdote, iets speciaals wat gebeurd is.”
Heeft Peter zijn zonen raad gegeven toen ze in het ziekenhuis begonnen? Thiel moet niet lang nadenken. “Hij drukte me op het hart om altijd goedemorgen te zeggen als ik op mijn dienst aankom.” Peter knikt. “Dat is toch het minste wat je kan doen als je bij je collega’s komt? Dat is gewoon vriendelijk zijn tegen elkaar.”
Voor de rest geeft Peter zijn zonen niet te veel advies. “Ze moeten zelf een beetje hun weg vinden”, zegt hij. “Ik wil hen niet te veel pamperen. En het lijkt erop dat ze allebei goed op weg zijn, toch?