Waarom een punctie?
Bij een punctie wordt met een speciale naald een stukje weefsel weggenomen uit het te onderzoeken orgaan (de lever of de nier). De anatoompatholoog (= weefseldeskundige) zal dit weefselstukje onderzoeken. Omdat deze punctie best onder echografische beeldvorming gebeurt, gebeurt het onderzoek op de dienst Medische Beeldvorming/Radiologie door een radioloog).
De voorbereiding
- Je recente bloedstollingswaarden moeten gekend zijn (max. 1 dag oud).
- Je moet nuchter blijven voor het onderzoek (= na middernacht mag je niet meer eten of drinken).
- Indien je bloedverdunnende middelen krijgt zoals Marcoumar, Marevan, Sintrom, Ticlid of Plavix, of medicijnen op basis van aspirine, dan moet je de inname tijdig stoppen. Bespreek dit vooraf met je arts. Dit verloopt volgens een schema, specifiek per product.
- De verpleegkundige van je zorgafdeling zal vóór de punctie je bloeddruk en polsslag nemen als vergelijkingswaarde. Hij of zij brengt op de afdeling een infuus aan.
- Je wordt in een bed naar de dienst Medische Beeldvorming / Radiologie gebracht.
Hoe verloopt de punctie?
De radioloog bepaalt via echografie de punctieplaats. De huid wordt ontsmet en lokaal verdoofd zodat je geen pijn voelt. Via een kleine insnede in de huid brengt de radioloog de punctienaald in en neemt een stukje weefsel weg. Dit is pijnloos.
De nazorg
Bedrust is noodzakelijk om het risico op nabloeding te beperken. Daarom blijf je minstens 1 nacht in het ziekenhuis.
- Bedrust na een leverpunctie: De eerste 3 uur mag je niet uit je bed komen.
Afhankelijk van de punctieplaats moet je op je rechterzij of op je rug liggen met een zandzak op je buikwand. Na die eerste 3 uur blijf je zoveel mogelijk in bed tot de volgende dag. Essentiële verplaatsingen zijn toegelaten (bv naar het toilet gaan). - Bedrust na een nierpunctie: De eerste 6 uur mag je niet uit je bed komen, je moet op je rug liggen. Na die eerste 6 uur blijf je zoveel mogelijk in bed tot
de volgende dag. Essentiële verplaatsingen zijn toegelaten (bv naar het toilet gaan).
De eerste 4 uur na de punctie worden om het uur je temperatuur, polsslag en bloeddruk gecontroleerd. Daarna wordt deze controle om de 4 uur herhaald.
Je moet de eerste 3 uur na een punctie nog nuchter blijven, daarna mag je terug eten. De dag na de punctie moet je opnieuw nuchter blijven voor een echo van de buikholte. Dit is om na te kijken of er geen bloeding is opgetreden. Wanneer dit in orde is, mag je eten en uit je bed komen.
Je behandelende arts bepaalt wanneer je het ziekenhuis mag verlaten. Ervaar je, eenmaal terug thuis toch nog problemen als gevolg van de punctie?
Contacteer dan je huisarts of de huisarts van wacht. Hij/zij zal je eventueel doorverwijzen.