NMR staat voor Nucleaire Magnetische Resonantie of MRI (Magnetic Resonance Imaging). Hier wordt de beeldvorming niet tot stand gebracht met röntgenstralen, maar wel door magnetische resonantie en radiogolven. De scanner ziet er uit als een grote tunnel, waarin een krachtige magneet gemonteerd is.
Het lichaam bestaat grotendeels uit water. De MRI wekt een sterk magnetisch veld op dat de waterstofatomen in het lichaam uitlijnt, waardoor ze allemaal om dezelfde as gaan draaien. Het toestel stuurt vervolgens radiogolven uit, waardoor deze atomen kortstondig uit hun synchronisatie worden gehaald.
Zodra de radiogolven stoppen, keren de waterstofatomen weer terug naar hun oorspronkelijke positie. Daarbij zenden ze op hun beurt radiosignalen uit die worden opgevangen door een coil. Deze coils bevat een antenne die de signalen registreert, waarna de computer deze gegevens omzet in een gedetailleerd beeld.
Bij CT geven ioniserende stralen, deze kunnen potentieel risico geven na x-aantal jaren. Maar bij MRI vallen er doden wanneer er iemand met grote metalen voorwerpen de zaal betreedt. Daarom is MRI-safety een belangrijk aspect bij MRI. Ook wanneer het toestel niet aan het scannen is, blijft de magneet actief! Wanneer de patiënt een pacemaker, neurostimulator en/of geïmplanteerde pompen heeft, kan een MRI-onderzoek soms niet uitgevoerd worden. Bij twijfel bekijken we het informatiekaartje van de patiënt om uit te maken of het type implantaat al dan niet MRI-compatibel is.