Je kreeg een botoxinjectie in de blaas. Hierdoor gaan er minder prikkels van de zenuwen naar de blaas en van de blaas naar de hersenen. Zo ontspant de blaas zich en trekt ze minder vaak samen en heb je minder het gevoel dat je continu moet plassen.
Voor een optimaal resultaat van de ingreep en een goed herstel vragen we je om de richtlijnen op deze pagina goed op te volgen.
Verblijf op de afdeling nazorg
Je verblijft na de ingreep nog even op de afdeling nazorg (recovery). Hier ben je onder toezicht van een verpleegkundige.
De chirurg komt bij je langs en informeert je over:
- de resultaten van de ingreep
- het verdere verloop na de ingreep
De chirurg bepaalt ook wanneer je naar huis mag en wanneer je op controle moet komen.
Je onderging een ingreep onder algemene verdoving en kan je daardoor wat slaperig, ijl of duizelig voelen. Hou rekening met volgende richtlijnen:
- De eerste 24 uur na de ingreep mag je geen voertuigen besturen.
- Bij het verlaten van het ziekenhuis moet een persoon je begeleiden.
- De eerste 24 uur na de ingreep mag je niet alleen
blijven.
Medicatie
- De arts bepaalt of je eventueel Monuril voor de blaas moet innemen. Dit is een ontsmettend poeder dat je oplost in een glas water en moet opdrinken vooraleer je gaat slapen.
- Vanuit het ziekenhuis krijg je pijnstilling mee. Die kan je starten volgens noodzaak van zodra je thuis bent, best met inname van voedsel. Je krijgt een aparte folder over pijnmedicatie mee naar huis.
Voeding
Op de dienst nazorg krijg je wat te drinken.
Thuis mag je een lichte maaltijd nemen. De dag na je ingreep mag je terug gewoon eten.
De eerste dagen na de ingreep
- Je kan tijdelijk wat bloed in de urine zien.
Bloedverdunners kan je normaal gezien herstarten de dag na de ingreep, indien je urine zo goed als helder is. Bespreek dit alleszins met je arts vooraleer je naar huis gaat. - De eerste dag na de ingreep kan je een branderig gevoel hebben bij het plassen. Dit is normaal en trekt vrij snel weg.
Neem zeker contact op met je huisarts of met je chirurg
- Bij rillingen of koorts (meer dan 38° C) gedurende de eerste dagen na de ingreep. In dit geval zal je huisarts je doorverwijzen naar de dienst Spoedgevallen voor intraveneuze toediening van antibiotica.
- Indien je de eerste dagen na de ingreep merkt dat plassen niet lukt
- Wanneer de symptomen verergeren (nog steeds continu het gevoel hebben dat je moet plassen).
- Bij aanhoudende of toenemende pijn, zelfs na inname van pijnstilling.