Bij een prostaatbiopsie (ook prostaatpunctie genoemd) worden stukjes weefsel uit de prostaat genomen. Dit gebeurt met een dunne holle naald via de endeldarm. De stukjes weefsel (10 tot 12) worden in het laboratorium door de anatoom-patholoog microscopisch bewerkt en onderzocht.
Op deze pagina geven we je richtlijnen die belangrijk zijn voor een optimaal resultaat en een goed herstel.
Verblijf op de afdeling nazorg
Je verblijft na de ingreep nog even op de afdeling nazorg (recovery). Hier ben je onder toezicht van een verpleegkundige.
De chirurg komt nog even bij je langs en informeert je over
- hoe de biopsie is verlopen
- het verdere verloop na de punctie.
De chirurg bepaalt ook wanneer je naar huis mag en wanneer je op controle moet komen.
Je onderging een ingreep onder algemene verdoving en kan je daardoor wat slaperig, ijl of duizelig voelen. Hou rekening met volgende richtlijnen:
- De eerste 24 uur na de ingreep mag je geen voertuigen besturen.
- Bij het verlaten van het ziekenhuis moet een persoon je begeleiden.
- De eerste 24 uur na de ingreep mag je niet alleen
blijven.
Medicatie
- Je behandelende uroloog zal je melden of je eventueel antibiotica moet nemen.
- Vanuit het ziekenhuis krijg je pijnstilling mee. Die kan je starten volgens noodzaak van zodra je thuis bent, best met inname van voedsel. Je krijgt ook een aparte folder over pijnmedicatie.
- Gebruik je bloedverdunnende medicatie? Bespreek met je behandelende arts wanneer je die terug mag innemen.
Voeding
Op de dienst nazorg krijg je wat te drinken.
Thuis mag je een lichte maaltijd nemen. De dag na de ingreep mag je terug gewoon eten.
De eerste dagen na de ingreep
- Er kan enkele dagen wat bloed in je urine of ontlasting zitten. Ook bij de zaadlozing kan er wat bloed aanwezig zijn, dit tot 6 weken na de punctie.
- De eerste week na de ingreep mag je niet fietsen.
- Neem zeker contact op met je huisarts of met je chirurg:
- Bij rillingen of koorts (meer dan 38°C) de eerste dagen na de punctie. In dit geval kom je naar de dienst Spoedgevallen voor toediening van intraveneuze antibiotica.
- Bij aanhoudende of toenemende pijn, zelfs na de voorgestelde pijnstilling.
- Als je je onwel voelt.
- Wanneer je bij het plassen een branderige gevoel hebt. Je laat in dit geval best je urine controleren.
- Als je urine donkerrood tot bordeaux kleurt of wanneer er grote stolsels in de urine zitten.
- Wanneer je zoveel moeite hebt met plassen, dat je het gevoel hebt de blaas niet helemaal leeg te kunnen plassen.