Komt voor bij 1 op 100 verdovingen
Geheugenstoornissen
Na een algemene verdoving kan je je suf, slaperig, zwak, duizelig en vermoeid voelen. Je kan ook lichte concentratiestoornissen, wazig zicht en coördinatiestoornissen hebben. Dit is niet alleen een gevolg van de verdoving maar ook van de behandeling zelf en de daardoor uitgelokte stressreactie van het lichaam.
Daarom mag je in de eerste 24 uur na de verdoving niet met de wagen rijden, geen machines bedienen en geen belangrijke beslissingen nemen. Zodra de anesthesiemedicatie uitgewerkt is, verdwijnen deze neveneffecten.
Oudere patiënten
Oudere patiënten hebben vaker en meer last van geheugen- en concentratiestoornissen na een algemene verdoving. Op wat langere termijn (meerdere dagen of zelfs weken) verdwijnen deze nevenwerkingen meestal volledig.
Verwardheid
Na een algemene verdoving kan ook verwardheid en onaangepast gedrag voorkomen. Dit wordt vaker gezien bij ouderen, bij mensen die verdovende middelen gebruiken, bij mensen die lijden aan alcoholisme, of bij mensen met een psychiatrische voorgeschiedenis.
Verwardheid en geheugenverlies kan ook veroorzaakt worden door de verstoring van het normale dagritme door pijn, minder goed slapen en de opname in een vreemde omgeving. Onrust wordt met medicatie behandeld.