Komt voor bij 1 op 10.000 tot 1 op 100.000 verdovingen
Zenuwbeschadiging met mogelijk verlamming of gevoelsstoornissen komt uiterst zelden voor. De beschadiging kan veroorzaakt worden door druk op een zenuw tijdens de ingreep, doordat je lange tijd in dezelfde houding ligt op een relatief harde operatietafel, door gebruik van een knelband of door gebruik van een naald of de verdovingsproducten bij regionale verdoving. De klachten verdwijnen meestal spontaan na 2 of 3 maanden. Bij epidurale of spinale anesthesie kan een bloedvat aangeprikt worden. De mogelijke bloeding die dit veroorzaakt, kan druk geven op het ruggenmerg en ook ernstige zenuwbeschadiging veroorzaken. Gebruik van bloedverdunners kunnen dit risico verhogen. Daarom is het belangrijk dat de anesthesist hiervan op de hoogte is.