De tripel diagnostiek (combinatie van klinisch onderzoek, beeldvorming en weefselonderzoek door punctiebiopsie) is belangrijk om te weten of het letsel goedaardig (benigne) of kwaadaardig (maligne) is. Goedaardige letsels zijn vrijwel altijd scherp afgelijnd. Bij het wegnemen van deze letsels is dus geen brede marge nodig en kan enkel het letsel zelf worden weggenomen: een tumorectomie.
Kwaadaardige letsels zijn vaak onscherp afgelijnd en hebben soms fijne uitlopers. Bovendien ligt rond kwaadaardige letsels ook vaak een voorloper: een precursor vorm (‘carcinoma in situ’). Daarom moet bij kwaadaardige letsels een bijkomende marge van weefsel worden weggenomen. We spreken dan over een brede resectie of segmentectomie als voor een borstsparende ingreep wordt geopteerd.
De beslissing over het type chirurgie zal door de borstchirurg samen met jou (en je partner) worden besproken zodra alle informatie beschikbaar is: het klinisch onderzoek (grootte van de tumor; verhouding volume tumor op volume borst), aanwezigheid van meerdere letsels in de borst.
Borstsparende chirurgie wordt altijd aangevuld met radiotherapie of bestraling. Zo wordt de kans op herval heel klein. Borstsparende heelkunde is zo ook even veilig als het wegnemen van de volledige borst (mastectomie).
In volgende situaties is een borstsparende operatie niet mogelijk:
- Bij een groot letsel (groter dan 4 à 5 cm). Ook de verhouding van de grootte van de tumor ten opzichte van het volume van de borst is belangrijk.
- Bij 2 of meer tumoren die verder van elkaar zijn gelegen (multicentrische letsels).
- Wanneer je vroeger al bestraling van de borst kreeg.
- Bij verdachte verkalkingen verspreid over de hele borst.