Wanneer je cardioloog bij jou een hartritmestoornis vaststelt of vermoedt dat er een ritmestoornis aanwezig is, kan een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) gepland worden.
Het normale hartritme
Het hart is een spier die functioneert als een pomp. Het bestaat uit een linker- en rechterhelft, elk opgebouwd uit een voorkamer (atrium) en een kamer (ventrikel).
De elektrische prikkel die het hartritme aanstuurt, ontstaat in de sinusknoop, boven in de rechtervoorkamer.
Deze prikkel zorgt ervoor dat eerst de voorkamers en daarna de kamers samentrekken. De prikkel verloopt via de AV-knoop en het geleidingssysteem van het hart, waardoor de samentrekkingen goed gecoördineerd verlopen.
Hartritmestoornissen
Bij een hartritmestoornis is het hartritme te snel, te traag of onregelmatig. Dit kan klachten geven zoals hartkloppingen, duizeligheid, kortademigheid of flauwvallen.
Mogelijke oorzaken zijn onder andere:
- hoge bloeddruk
- hartklepafwijkingen
- chronisch hartfalen
- schildklieraandoeningen
- recente hartoperatie
- leefgewoonten zoals roken of overmatig alcohol- of cafeïnegebruik
Niet alle ritmestoornissen zijn zichtbaar op een standaard ECG (elektrocardiogram) of holteronderzoek. In dat geval kan een elektrofysiologisch onderzoek nodig zijn.
Het onderzoek
Een elektrofysiologisch onderzoek is een inwendig hartonderzoek waarbij katheters via een ader tot in het hart worden gebracht. Hiermee kan de elektrische activiteit van het hart worden gemeten. Tijdens het onderzoek kan de arts hartritmestoornissen tijdelijk opwekken om hun oorsprong exact te bepalen. Het onderzoek gebeurt onder lokale verdoving en met continue bewaking van hartritme en bloeddruk.
Belangrijk: omdat tijdens het onderzoek röntgenstralen gebruikt worden, mag een EFO niet plaatsvinden wanneer je (mogelijk) zwanger bent.
Voorbereiding
Vóór het onderzoek:
- Ga vooraf langs bij je huisarts voor een bloedonderzoek.
- Je moet nuchter blijven gedurende minstens 4 uur vóór het onderzoek.
- Breng je thuismedicatie in originele verpakking mee naar het ziekenhuis op de dag van het onderzoek.
- Breng het ingevulde en door jou ondertekende informed consent (vragenlijst en toestemmingsverklaring) mee. Dit krijg je via de dienst opnameplanning.
- Belangrijk: De inname van antistollingsmedicatie, zoals Marcoumar, Marevan, Sintrom, Eliquis, Pradaxa, Xarelto, … moet je tijdig stoppen. Ook andere medicatie moet je eventueel tijdelijk stoppen. Je cardioloog bespreekt dit met jou.
In het ziekenhuis:
- Je parameters worden gecontroleerd (bloeddruk, hartslag, temperatuur, saturatie en ademhaling). Als je diabetespatiënt bent, dan controleren we ook je suikerwaarde.
- Je geeft het informed consent af aan de verpleegkundige.
- De verpleegkundige voert met jou het anamnese gesprek (overlopen van je medische voorgeschiedenis en huidige situatie).
- We overlopen samen je thuismedicatie.
Het onderzoek zelf vindt plaats in het Azorg ziekenhuis in Aalst. Wij zorgen voor gespecialiseerd ziekenvervoer naar Aalst en nadien terug naar AZ Sint-Blasius.
Verloop van het onderzoek
Het onderzoek vindt plaats in een speciaal uitgeruste onderzoeks- en behandelingskamer. Er zijn verschillende artsen en verpleegkundigen aanwezig.
- Je ligt op een behandeltafel en wordt afgedekt met steriele doeken.
- Er worden elektroden worden op je borstkas aangebracht om je hartritme te volgen.
- De aanprikplaats (waar de katheters worden ingebracht) wordt ontsmet en verdoofd.
- De katheters worden via kleine buisjes tot in het hart opgeschoven.
Tijdens het onderzoek kan je wat misselijk of duizelig zijn en je hart kan sneller of onregelmatig kloppen. Dat is normaal en tijdelijk. Indien nodig krijg je medicatie om het hartritme te herstellen.
Als tijdens het onderzoek de oorzaak van de hartritmestoornis duidelijk wordt, kan voor één van onderstaande behandelingen gekozen worden. De arts neemt deze beslissing altijd in overleg met jou:
- medicatie
- plaatsen van een pacemaker of defibrillator
(zie de aparte brochure ‘Pacemaker’) - ablatie
Bij deze behandeling wordt met behulp van radiofrequente energie een zeer klein stukje hartweefsel, dat verantwoordelijk is voor de ritmestoornis, uitgeschakeld. Om dit te doen, wordt de punt van een katheter kort opgewarmd. Je kan hierbij warmte of druk op je borst voelen. De arts controleert nadien of de ritmestoornis nog kan worden opgewekt. Als dat niet zo is, dan is de ablatie geslaagd. Bij ongeveer 5% van de patiënten kan de ritmestoornis later terugkeren, een herhaling van de behandeling is dan vaak succesvol.
Sommige ablaties duren een half uur, andere meerdere uren, afhankelijk van de complexiteit.
Na het onderzoek
De katheters worden verwijderd en een drukverband wordt aangebracht. Een verpleegkundige controleert je hartritme en bloeddruk. Als je werd aangeprikt in je lies, dan moet je minstens 4 uur in bed blijven om nabloeding te voorkomen. Heb je pijn, een zwelling of een blauwe plek op de aanprikplaats? Meld het zeker aan de verpleegkundige.
Ontslag
Je krijgt volgende zaken van een verpleegkundige vooraleer je het ziekenhuis verlaat
- een brief voor de huisarts
- een controle afspraak bij je behandelende arts
- een aangepast medicatieschema
- eventuele attesten ingevuld door de arts (bv. voor hospitalisatieverzekering, werkonbekwaamheid).
Wanneer je naar huis gaat, mag je niet zelf met de autorijden.
Gedurende drie dagen na de ingreep moet je fysieke inspanning vermijden.
Na een ablatie moet je soms gedurende enkele weken medicatie nemen, om stolsels op de ablatielittekens te voorkomen.
Ervaar je, eenmaal terug thuis, problemen als gevolg van de ingreep? Heb je thuis extra vragen? Contacteer je huisarts of de huisarts van wacht.