Wat is een ERCP?
ERCP staat voor Endoscopische Retrograde Cholangio- en Pancreaticografie. Een ERCP wordt vaak uitgevoerd bij het vermoeden van galstenen, een ontsteking in de alvleesklier of een vernauwing in de galwegen.
Bij dit onderzoek worden de galwegen en de afvoergang van de alvleesklier (pancreas) met RX-opnames (röntgenfoto’s) en contrastvloeistof zichtbaar gemaakt. Het onderzoek gebeurt op de dienst gastro-enterologie onder volledige verdoving.
De voorbereiding
- Vanaf 8 uur vóór het onderzoek mag je niet meer eten of drinken.
- Het is mogelijk dat er kort voor het onderzoek (of de dag ervoor) een bloedafname wordt uitgevoerd om onder andere de bloedstolling na te kijken.
- De dag van het onderzoek zal je een infuus krijgen. Via deze weg dient de verpleegkundige je antibiotica toe. Het is dus belangrijk dat je de verpleegkundigen op de hoogte brengt van eventuele allergische reacties op antibiotica of op contrastmiddel (zoals gebruikt bij de scanner of bij nierfoto's).
- Kort voor het onderzoek krijg je een suppo Diclofenac. Studies wijzen uit dat hiermee het risico op ontsteking van de alvleesklier (pancreas) ten gevolge van het onderzoek daalt met 50%.
- Zoals steeds bij radiologie moet je een (mogelijke) zwangerschap zeker melden.
- Indien je insuline-afhankelijke suikerziekte hebt, krijg je een aangepaste insulinedosis.
- Verwijder een eventuele tandprothese (kunstgebit).
- Mocht je nog vragen hebben over het onderzoek, aarzel dan zeker niet om één van de artsen of verpleegkundigen aan te spreken.
Zij zullen je graag helpen. - Je krijgt een operatiehemdje om aan te trekken en wordt in je bed naar de dienst gastro-enterologie gebracht.
Belangrijk
- Neem je bloedverdunnende medicatie?
Normaal gezien vormen deze geneesmiddelen geen probleem, we vragen alleen om ze de dag van het onderzoek niet in te nemen. Bespreek dit wel altijd vooraf met je (huis-)arts; in sommige gevallen zal het advies anders zijn.Onder bloedverdunnende medicatie vallen: Brilique (ticagrelor), Eliquis (apixaban), Lixiana (edoxaban), Marcoumar, Marevan, Plavix (clopidrogel), Pradaxa (dabigatran), Sintrom, Ticlid en Xarelto (rivaroxaban). - Aspirine (Cardioasprine, Asaflow, Asa EG) vormt in principe geen probleem. Je moet de inname ervan normaal gezien niet stopzetten.
Richtlijnen medicatie voor diabetes (suikerziekte) of om te vermageren van het type GLP1-agonisten (Ozempic, Mounjaro of Rybelsus). Deze medicatie zorgt voor een vertraagde maaglediging.
- Rybelsus: mag je nemen tot 1 dag vóór het onderzoek (dus niet de dag van het onderzoek zelf)
- Ozempic of Mounjaro als diabetesmedicatie: er moet minstens 1 week tussen je laatste dosis en het onderzoek zitten
- Ozempic of Mounjaro om te vermageren: er moeten minstens 2 weken tussen je laatste dosis en het onderzoek zitten.
De laatste 24 uur vóór het onderzoek mag je enkel licht verteerbare voeding eten (bijvoorbeeld yoghurt, pudding, beschuit).Als je deze richtlijnen niet volgt, dan kan de anesthesist beslissen om het onderzoek niet uit te voeren, omdat de procedure te veel risico inhoudt.
Het onderzoek
Via het infuus dient de anesthesist (slaapdokter) medicatie toe voor een lichte volledige verdoving.
De arts brengt een buigzame scoop (= een buisje met een camera) in via je mond. Na het inspuiten van contraststof via de scoop tot in de galwegen en de pancreas, worden RX-opnames* gemaakt. Dankzij deze beelden kunnen de artsen het onderzoek vlotter en beter uitvoeren; ze kunnen bijvoorbeeld galstenen opsporen en verwijderen. Eventueel moet de opening naar de galweg hiervoor verbreed worden, dit gebeurt onmiddellijk tijdens het onderzoek zelf.
* De stralingsdosis bij de RX-opnames is beperkt en wordt steeds verder geoptimaliseerd. Het voordeel van het gebruik van RX-opnames voor je gezondheid, verantwoordt het kleine risico van de stralingsdosis.
Na het onderzoek
Je blijft in de ontwaakzaal op de dienst gastro-enterologie tot wanneer je goed wakker bent. Nadien word je terug naar je kamer gebracht.
Je blijft best nog enkele uren in bed liggen omdat de verdoving nog kan nawerken.
Het kan gebeuren dat er na het onderzoek een dun buigzaam buisje in je neus zit. Deze drain zit tot in de galwegen en blijft één of meerdere dagen ter plaatse. Je mag er absoluut niet aan trekken. De verpleegkundige zal een infuus aan de drain koppelen om de galwegen te spoelen en om steentjes en achtergebleven gruis te verwijderen. Soms loopt de drain gewoon af in een pot. De dag na het onderzoek wordt via een RX-foto op de dienst medische beeldvorming gekeken of de steentjes allemaal weg zijn.
Je krijgt antibiotica toegediend via het infuus.
De arts bepaalt wanneer en wat je mag eten, afhankelijk van de onderzoeksresultaten.
Mogelijke complicaties
ERCP is een hoog-risico procedure die frequent aanleiding geeft tot complicaties, waarvan 5% mild tot matig ernstig zijn; 1,7% zijn ernstig. De meest voorkomende mogelijke verwikkelingen zijn:
- Acute pancreatitis (=ontsteking van de alvleesklier)
Dit is de meest voorkomende verwikkeling. Je krijgt dan hevige buikpijn. Soms heeft deze ontsteking ook een weerslag op de functie van andere organen en is een tijdelijk verblijf op onze afdeling Intensieve Zorgen niet uitgesloten.
- Bloeding
Wanneer er stenen in de galweg aanwezig zijn, moeten deze worden verwijderd. Hiervoor moet de uitmonding van de galweg worden opengeknipt (=papillotomie). Dit kan een bloeding uitlokken; deze kan onmiddellijk optreden of pas na een paar dagen. Bij bloeding merk je zwarte stoelgang. De bloedingen kunnen meestal gestelpt worden door een lokale behandeling, soms is een meer ingrijpende behandeling nodig.
- Door manipulatie van de galweg kunnen bacteriën uit de galweg in de bloedbaan terechtkomen. De arts zal dit proberen te vermijden door je preventief antibiotica toe te dienen.
- Perforatie (=scheur)
Er kan tijdens het onderzoek een scheur ontstaan in de slokdarm, maag of twaalfvingerige darm. Ook het ‘openknippen’ van de uitmonding van de galweg kan aanleiding geven tot een perforatie. Wanneer een perforatie optreedt, is een operatie noodzakelijk.
- Reactie op medicatie of contraststof
- Soms zijn er ook problemen als gevolg van de verdoving.
Dit zijn de meest voorkomende complicaties. Het is onmogelijk om álle mogelijke bijwerkingen of verwikkelingen op te lijsten. Extra vragen over mogelijke complicaties bespreek je best met je arts: maak hiervoor een afspraak voor een raadpleging vóór het onderzoek.