Wat is een echo-endoscopisch onderzoek?
Het is een inwendig onderzoek van het spijsverteringsstelsel. Tijdens het onderzoek bekijkt de arts de wand van de slokdarm, de maag, het bovenste deel van je dunne darm en alle omliggende organen. Hiervoor gebruikt hij een lange buigzame slang, de scoop. Aan het einde van de scoop bevindt zich een echoapparaatje. Dit echoapparaatje geeft de mogelijkheid de wand en de onmiddellijke omgeving van de slokdarm, de maag en de dunne darm te bekijken.
De voorbereiding
- De dag vóór het onderzoek mag je vanaf middernacht niets meer eten of drinken. De dag van het onderzoek mag je niet roken.
- Informeer de verpleegkundigen wanneer je diabetespatiënt bent. Zij zullen je zeggen wat je moet doen met je medicatie en insuline.
- Voor je naar het onderzoek vertrekt, zal de verpleegkundige op je kamer een infuus plaatsen in een ader van je arm.
- Het onderzoek vindt plaats op de dienst gastro-enterologie van het ziekenhuis. Als je nog vragen hebt, dan stel je ze best vooraf, zolang je nog op je kamer op de verblijfsafdeling bent. Tijdens het onderzoek is praten immers niet meer mogelijk.
- Draag je een gebitsprothese of een bril? Verwijder deze voordat het onderzoek start. Je bewaart ze best op je kamer, zodat je ze niet kan vergeten of verliezen op de dienst gastro-enterologie.
Belangrijk
- Indien je bloedverdunnende medicatie gebruikt (zoals Marcoumar, Marevan, Sintrom, Ticlid, Plavix (clopidogrel), Brilique (ticagrelor), Xarelto (rivaroxaban), Pradaxa (dabigatran), Lixiana (edoxaban) of Eliquis (apixaban)), bespreek dan VOORAF met je (huis)arts wanneer deze moeten (en mogen) onderbroken worden.
- Aspirine (Cardioasprine, Asaflow, Asa EG) vormen in principe geen probleem en hoeven normaal gezien niet gestopt te worden.
- Informeer de arts of de verpleegkundigen indien je allergisch bent voor bepaalde geneesmiddelen.
Richtlijnen medicatie voor diabetes (suikerziekte) of om te vermageren van het type GLP1-agonisten (Ozempic, Mounjaro of Rybelsus). Deze medicatie zorgt voor een vertraagde maaglediging.
- Rybelsus: mag je nemen tot 1 dag vóór het onderzoek (dus niet de dag van het onderzoek zelf)
- Ozempic of Mounjaro als diabetesmedicatie: er moet minstens 1 week tussen je laatste dosis en het onderzoek zitten
- Ozempic of Mounjaro om te vermageren: er moeten minstens 2 weken tussen je laatste dosis en het onderzoek zitten.
De laatste 24 uur vóór het onderzoek mag je enkel licht verteerbare voeding eten (bijvoorbeeld yoghurt, pudding, beschuit).Als je deze richtlijnen niet volgt, dan kan de anesthesist beslissen om het onderzoek niet uit te voeren, omdat de procedure te veel risico inhoudt.
Het onderzoek
Tijdens het onderzoek lig je op je rug.
De slaapdokter (anesthesist) geeft je via je infuus een inspuiting met een slaapverwekkend middel. Je wordt zo onder volledige verdoving gebracht en voelt dus niets tijdens het onderzoek.
De verpleegkundige brengt een mondstuk aan. Dit beschermt de scoop tegen beschadiging door de tanden. De arts brengt de scoop via dit mondstuk tot in de slokdarm.
Tijdens het onderzoek kan een punctie worden uitgevoerd. Met een holle naald wordt door de wand van de slokdarm, maag of darm geprikt. Zo wordt weefsel van een nabijgelegen gezwel of cyste (=vochthoudende structuur) weggenomen voor verder onderzoek.
Na het onderzoek
Je ontwaakt op de ontwaakzaal van de dienst gastro-enterologie. Daarna word je terug naar je kamer gebracht.
Door het slaapmiddel dat je kreeg, mag je het eerste uur na het onderzoek niet eten of drinken.
Na het onderzoek kan je gedurende een korte tijd last hebben van irritatie van de keel, milde sufheid of draaiingen. Je hebt misschien een opgeblazen gevoel. Ook opboeren of winderigheid na dit onderzoek is normaal.
Deze bijwerkingen verdwijnen meestal spontaan.
Mogelijke complicaties
Verwikkelingen treden vooral op als er een punctie wordt uitgevoerd. Hierbij wordt er met een holle naald door de wand van de slokdarm, maag of darm geprikt. Het is de bedoeling om via deze weg wat weefsel te bekomen van een nabijgelegen gezwel of cyste (= vochthoudende structuur) voor verder onderzoek. De kans op verwikkelingen wordt mede bepaald door het type gezwel waarvan men weefsel tracht te bekomen. Punctie van een cyste houdt meer risico’s in. De kans op een complicatie bedraagt 0,5% bij punctie van een gezwel en loopt op tot 10% wanneer het een punctie van een cyste betreft.
De meest voorkomende mogelijke verwikkelingen zijn:
- Bloeding
Bij een punctie kan bloeding optreden in de slokdarm, maag of darm, maar ook in de buikholte. Soms wordt hiervoor een lokale behandeling op de plaats van de punctie toegepast. In enkele gevallen is een operatie noodzakelijk om het probleem te behandelen.
- Perforatie (=scheur)
Een scheur kan optreden op de plaats van de punctie of kan het gevolg zijn van het inbrengen van het toestel (scheur van de keelwand). In dit geval is een operatie noodzakelijk.
- Pancreatitis (=ontsteking van de alvleesklier)
Dit kan optreden wanneer een punctie wordt uitgevoerd van een gezwel of cyste in de pancreas of alvleesklier.
- Infectie van het weefsel waarin geprikt wordt
Dit kan vooral optreden wanneer een staal wordt genomen van een cyste. In dit geval moet je een paar dagen preventief antibiotica innemen.
- Soms zijn er ook problemen als gevolg van de verdoving.
Dit zijn de meest voorkomende complicaties. Het is onmogelijk om álle mogelijke bijwerkingen of verwikkelingen op te lijsten. Extra vragen over mogelijke complicaties bespreek je best met je arts: maak hiervoor een afspraak voor een raadpleging vóór het onderzoek.
Resultaat van het onderzoek
Het resultaat van het onderzoek krijg je van de arts die het onderzoek heeft aangevraagd.