Je arts heeft met jou besproken dat het plaatsen van een voedingssonde aangewezen is. Dit is zo omdat het innemen van voldoende voeding langs de mond momenteel moeilijk gaat of binnenkort moeilijker zal worden. Met een voedingssonde kan voeding rechtstreeks in de maag toegediend worden, zodat je lichamelijke conditie behouden blijft.
Hieronder lees je wat een PEXACT-sonde is, hoe de plaatsing verloopt en hoe je er thuis voor zorgt.
Heb je na het lezen nog vragen? Aarzel niet om contact op te nemen met je arts, je verpleegkundige of de dienst endoscopie.
Wat is een PEXACT-voedingssonde?
Een voedingssonde wordt rechtstreeks in de buik geplaatst wanneer je arts verwacht dat de sondevoeding minstens 4 tot 6 weken nodig zal zijn.
De PEXACT-sonde is een dun kunststofbuisje dat een verbinding vormt tussen de buitenwereld en de maag. Via de sonde kunnen water, voeding en bepaalde medicatie worden toegediend.
Het verschil met een klassieke PEG-sonde zit aan het uiteinde van de sonde: bij de PEXACT-sonde is dit geen vast schijfje, maar een ballonnetje dat aan de binnenzijde van de maag met ongeveer 5 ml water wordt opgeblazen. Dit ballonnetje houdt de sonde op haar plaats.
Het belangrijkste verschil tussen beide sondes zit dus in de manier van plaatsen.
Wanneer wordt een PEXACT-sonde gekozen?
De arts kiest meestal voor een PEXACT-sonde in plaats van een klassieke PEG-sonde:
- bij patiënten met een tumor in de mond of keelholte
- wanneer er een slokdarmstent aanwezig is
- wanneer er een vernauwing is ter hoogte van de mond en/of
de slokdarm, waardoor de gastroscoop niet door de gewone
PEG-techniek heen kan.
In deze situatie kan het plaatje van de gewone PEG-sonde niet door de mond en/of keel naar binnen worden gebracht. De PEXACT-techniek maakt het mogelijk om toch veilig een sonde te plaatsen.
De voorbereiding
Toestemming
Voor de plaatsing ontvang je informatie over de ingreep en onderteken je een toestemmingsformulier voor de procedure, de verdoving en de pijnstilling.
Nuchter zijn
Het is belangrijk dat je nuchter bent voor de ingreep. Dit betekent dat je 6 uur voor de ingreep, of vanaf middernacht de avond voordien, niet meer mag eten, drinken of roken. Het ziekenhuis bezorgt je de exacte timing. Eventuele lopende sondevoeding wordt voor de ingreep stopgezet.
's Morgens mag je jouw gewone medicatie meestal nog innemen met een klein beetje water, met uitzondering van maagzuurremmers (bijvoorbeeld omeprazol, pantoprazol, esomeprazol, ranitidine) en bloedverdunners (zie verder). Bespreek dit altijd met je arts of de verpleegkundige.
Bloedverdunners
Gebruik je bloedverdunners (zoals Plavix®/Clopidogrel, Brilique®, Ticlid®, Efient®, Lixiana®, Xarelto®/Rivaroxaban, Eliquis®, Pradaxa®/dabigatran, Marcoumar®, Sintrom®, Marevan®, Clexane®, Fraxiparine®, Fraxodi®, Innohep® of gelijkaardige medicatie)?
Meld dit zeker vooraf aan je behandelende arts. Sommige bloedverdunners moeten enkele dagen voor de ingreep gestopt worden en pas later weer opgestart.
Asaflow®/cardio-aspirine® moet meestal niet gestopt worden.
Maak deze afspraken steeds met je arts.
GIP-/GLP-1-platen
Alle medicatie van dit type (Mounjaro®, Ozempic®, Rybelsus®, Victoza®, Trulicity®) dient een week voor de procedure te worden gestopt. Dit betekent: de 7 dagen voor de ingreep geen medicatie innemen, of de week voor de procedure geen injectie plaatsen.
Antibiotica
Voor de procedure wordt antibiotica via een infuus toegediend, op de afdeling endoscopie. Standaard is dit 2g Cefazoline (een Cefalosporine antibiotica). Indien je allergisch bent voor antibiotica, dien je dit te melden.
Verdere voorbereiding
- Voorzie een begeleider: na de verdoving mag je niet zelf naar huis rijden en bestuur je best gedurende 24 uur geen voertuig.
- Verwijder voor de ingreep een eventueel kunstgebit of tongpiercing.
- Bij haargroei op de buik wordt dit ter plaatse geschoren.
Hoe verloopt de plaatsing?
Het plaatsen van een PEXACT-sonde gebeurt op de dienst endoscopie, onder volledige (algemene) verdoving, toegediend door de anesthesist. De ingreep duurt ongeveer 30 minuten.
De stappen van de ingreep:
- De arts brengt een flexibele buis met camera (gastroscoop) via de mond tot in de maag.
- De maag wordt voorzichtig opgeblazen met CO2. De kamer wordt even donker gemaakt, zodat de arts via de camera een lichtpuntje door de maagwand en de buikwand kan zien. Op die plaats wordt de positie voor de sonde gemarkeerd.
- De arts hecht de maagwand met enkele hechtingen (meestal 2-3) vast aan de buikwand, zodat de maag niet kan verschuiven tijdens de volgende stap.
- Via een kleine insnijding tussen de hechtingen wordt met een dikke naald doorheen de buikwand tot in de maag geprikt. Rond deze naald zit een dun plastic omhulsel.
- De arts verwijdert de naald en schuift de voedingssonde door het omhulsel naar binnen. Het omhulsel wordt vervolgens opengescheurd en helemaal verwijderd.
- Het ballonnetje aan de binnenzijde van de sonde wordt opgeblazen met ongeveer 5 ml (steriel) water. Dit ballonnetje houdt de sonde op haar plaats in de maag.
De hechtdraadjes die de maag aan de buikwand bevestigen, blijven ter plaatse en worden verwijderd na volledige wondgenezing van de opening (7 tot 10 dagen na plaatsing).
Bij de PEG-sonde (de klassieke techniek) wordt de sonde op een andere manier geplaatst: via een draad die door de mond en de slokdarm naar buiten wordt getrokken. Bij de PEXACT-techniek is dit niet nodig, wat de methode geschikt maakt wanneer mond of slokdarm vernauwd of versperd zijn.
Onmiddellijk na de plaatsing
Nuchter blijven
Na de ingreep blijf je nog minstens 4 uren nuchter. Nadien mag je in principe water drinken en (indien van toepassing) eten. De dag na de plaatsing mag eventuele sondevoeding gestart worden.
Pijn en ongemak
Wanneer de verdoving is uitgewerkt, kan de insteekplaats wat pijnlijk zijn. De eerste dagen krijg je hiervoor standaard pijnstilling. Voel je toch pijn? Meld dit op tijd aan de verpleegkundige.
Een opgeblazen gevoel of lichte buikpijn de eerste uren na de ingreep is normaal: dit komt door de lucht die tijdens de procedure in maag en darmen werd gebracht en verdwijnt vanzelf.
Wondzorg gedurende een 10-tal dagen na plaatsing
In deze periode is het doel om de vorming van de opening en het kanaal te bevorderen en infecties te voorkomen.
Neem in deze periode geen bad. Douchen mag enkel als de insteekplaats goed afgedekt is.
Het is belangrijk dat de wonde dagelijks wordt verzorgd door een (thuis)verpleegkundige. We geven hiervoor afzonderlijke instructies mee.
- Dagelijks controleren op roodheid, zwelling of geelgroen etterig vochtverlies.
- Het verband dagelijks controleren, reinigen (met NaCl 0.9%/steriel water) en de insteekplaats steriel afdekken met een droog steriel split kompres onder het driehoekig plaatje. Indien het verband vochtig is, mag dit frequenter gebeuren en wordt best een metalline kompres gebruikt. Geen volledig bedekkende verbanden gebruiken. De kleine witte ronde kompressen onder de hechtingen mogen ter plaatse blijven en blijven idealiter droog.
- Geen manipulatie van of tractie op de sonde (niet dompelen).
- Ballon NIET aflaten.
- Sonde dagelijks doorspoelen met 50ml niet-bruisend water aan kamertemperatuur:
- Bij reeds gebruik van sondevoeding: telkens voor- én na gebruik.
- Indien de sonde nog niet wordt gebruikt: 1 keer per dag
- Voor en na iedere toediening van medicatie
- Hechtdraadjes verwijderen na 10-tal dagen (via (huis)arts).
Opstarten van de sondevoeding
De diëtiste berekent jouw energie- en eiwitbehoefte en stelt een opbouwschema op. De sondevoeding wordt geleidelijk opgebouwd, in nauwe opvolging door verpleegkundigen en diëtiste. Daarom is bij de start van sondevoeding meestal een ziekenhuisopname van enkele dagen nodig.
Mag je nog (een beetje) via de mond eten of drinken? Doe dit dan zeker ook, zolang de arts geen tegenadvies geeft en je geen slikproblemen hebt. Dit houdt de speekselproductie op gang.
Tijdens je eventuele opname helpt een medewerker van de sociale dienst met de praktische regeling: thuisverpleging, het bestellen van materiaal (pomp, voedingstoestellen, sondevoeding) en de financiële tegemoetkoming via het ziekenfonds. Een thuisverpleegkundige volgt doorgaans de eerste twee weken de wondzorg op.
Verdere verzorging
Wondzorg na het verwijderen van de hechtingen
De verzorging is in deze periode gericht op het voorkomen van infecties, vastgroeien en verstopping, en op het verlengen van de levensduur van de sonde. De verzorging gebeurt door de thuisverpleegkundige.
- Punctieplaats: controleer dagelijks de insteekplaats en verzorg zoals hierboven beschreven. Houd de omgeving van de insteekplaats goed droog, bv. door te drogen met een katoenen doekje. Gebruik geen haardroger. Op termijn is een kompres niet nodig, tenzij de huid vochtig is of er irritatie/infectie optreedt.
- Sonde dagelijks dompelen (nadat hechtingen zijn verwijderd):
- Externe fixatieplaat losmaken tot 2 cm van de huid. Sonde voorzichtig in de buik duwen.
- Sonde terug fixeren: terugtrekken tot een lichte weerstand voelbaar is. Extern fixatieplaatje terugschuiven naar de huid toe, op de oorspronkelijke hoogte of maximaal 2 mm ten opzichte van de huid (dikte van een munt van 2 euro), om lekkage te voorkomen.
- Controleer na 1 maand wekelijks het volume van de ballon:
> externe fixatieplaats losmaken, sonde enkele cm in de buik duwen, sonde goed vasthouden, ballon aflaten en zo nodig terug aanvullen tot 5ml aqua. Idealiter 1/maand vernieuwen met 5cc Aqua. - Herplaats nooit zelf een uitgevallen sonde. Kom naar de dienst endoscopie of naar spoed.
- Definitief verwijderen van de sonde: Indien de sonde definitief niet meer gebruikt wordt kan deze, ten vroegste na 6 weken, verwijderd worden, na het leegmaken van de ballon. Na het verwijderen 8u nuchter blijven, nadien geleidelijk aan terug normaal drinken en eten.
Dagelijkse doorspoeling
Een goed doorgespoelde sonde voorkomt verstopping:
- Minstens 4 keer per dag met 50 ml niet-bruisend water op kamertemperatuur, telkens bij het geven van sondevoeding
- Wanneer de sonde tijdelijk niet gebruikt wordt: 1 keer per dag met 50 ml water
- Vóór en na elke toediening van medicatie
Medicatie via de sonde
Medicatie wordt nooit samen met sondevoeding toegediend.
- Maak vaste medicatie goed fijn, los ze op in water en dien ze toe met een grote spuit. Let op: niet alle medicatie mag geplet worden. Bespreek dit met je behandelende arts.
- Voor sommige geneesmiddelen bestaat een vloeibaar alternatief (siroop, druppels, bruistablet), dat langs de sonde kan worden gegeven.
- Spoel de sonde vóór en na elke toediening met minstens 20 tot 50 ml water.
Op langere termijn
- Na ongeveer 12 weken wordt de PEXACT-sonde, op de dienst endoscopie, vervangen door een definitieve ballonsonde. Je krijgt hiervoor een afspraak mee bij de plaatsing.
- Bij een definitieve ballonsonde controleert de thuisverpleegkundige wekelijks het watervolume van het ballonnetje, om lekkage te voorkomen. Deze sonde wordt best om de 4 maanden vervangen, omdat het ballonnetje kan verslijten.
Mondzorg
Indien je weinig of niets meer via de mond inneemt, kan je mond snel uitdrogen. Goede mondzorg blijft daarom belangrijk:
- Poets je tanden tweemaal per dag.
- Spoel de mond meermaals per dag met water, kamillethee of een alcoholvrije mondspoeling.
- Houd de mond vochtig met een alcoholvrije mondspray of kunstspeeksel (verkrijgbaar in de apotheek).
- Verzorg de lippen regelmatig met een vette zalf of lippenbalsem.
- Een wit beslag op de tong? Dit toon je best aan je huisarts of behandelende arts.
Mogelijke problemen en wat te doen
De sonde is uitgevallen
Dit kan gebeuren wanneer het ballonnetje stuk is en leegloopt. Belangrijk: het fistelkanaal mag niet dichtgroeien.
- Binnen de eerste 4 weken na plaatsing: probeer niet zelf een nieuwe sonde te plaatsen. Neem onmiddellijk contact op met de dienst endoscopie of, buiten de diensturen, met de spoedgevallendienst.
- Na 4 weken: houd het kanaal zo snel mogelijk open, eventueel door de sonde (met lege ballon), een blaassonde of een rietje (geen scherpe voorwerpen) voorzichtig terug in te brengen. Neem meteen daarna contact op met de dienst endoscopie voor een nieuwe sonde.
De sonde is verstopt
Meestal gebeurt dit door onvoldoende doorspoelen, dikke/vezelrijke voeding of door medicatie. Mogelijke aanpak:
- Spoel met lauw water, eventueel met op- en neergaande bewegingen van de spuit
- Probeer door te spuiten met lucht of met bruisend water (geen cola: het zure karakter doet eiwitten in de voeding uitvlokken en verergert de verstopping)
- Lukt dit niet, neem dan contact op met je arts, huisarts of de dienst endoscopie. Probeer een verstopte sonde nooit zelf te ontstoppen met een scherp voorwerp.
Lekkage rond de insteekplaats
Controleer of het fixatieplaatje niet te los zit. Til de sonde lichtjes op tot je een kleine weerstand voelt en schuif het plaatje terug tegen de huid (met de juiste speling, zie hierboven).
Roodheid rond de insteekplaats
Roodheid is vaak het gevolg van lekkende maaginhoud langs de sonde.
Bij tekenen van infectie door roodheid: ontsmet de rode zone en plaats een kompres tussen huid en fixatieplaatje. Vervang het verband zo nodig frequenter. Maak eventueel gebruik van een Metalline kompres. Zonder infectie kan een beschermende huidspray helpen.
De sonde kan niet meer gedompeld worden
Dit kan wijzen op ingroei van de sonde in de maagwand. Stop de sondevoeding, blijf verder nuchter en neem contact op met de dienst endoscopie of, in het weekend, met de dienst spoedgevallen.
Wat als je de sonde tijdelijk niet gebruikt?
Wanneer je de sonde tijdelijk niet gebruikt, spoel ze dan toch dagelijks door met minstens 50 ml drinkbaar water, zodat ze niet verstopt raakt.
Het verwijderen van de sonde
Kan je opnieuw voldoende eten via de mond en blijft je gewicht stabiel? Dan kan, in overleg met de arts, diëtiste of verpleegkundig consulent voeding, de sondevoeding afgebouwd en uiteindelijk gestopt worden. Daarna kan de sonde verwijderd worden.
- Bij een (vervangen) ballonsonde wordt het water uit het ballonnetje opgezogen via het bijspuitpunt, waarna de sonde eruit kan.
- Hiervoor dien je opnieuw nuchter te zijn, op dezelfde manier als bij de plaatsing.
- Na het verwijderen wacht je minimum 4 uur voor vloeibare dranken en 12 uur voor vaste voeding.
- De insteekopening sluit zich vanzelf binnen de 24 uur.
Veelgestelde vragen
Wordt chemotherapie of radiotherapie onderbroken voor de plaatsing?
Nee, een lopende behandeling wordt normaal gewoon verdergezet, ondersteund door de sondevoeding.
Blijft de sonde er permanent in?
Niet noodzakelijk. Zodra je terug voldoende via de mond kunt eten en drinken, wordt de sonde verwijderd.
Contact
Heb je na het lezen van deze informatie nog vragen, of merk je iets ongewoons op (koorts, sterke pijn, een sonde die niet meer goed werkt)? Neem dan contact op met:
- Dienst Endoscopie AZ Sint-Blasius (Maag-, darm- en leverziekten): 052 52 26 82 of 052 25 26 83
- Je verpleegkundige of je (huis)arts
- Buiten de kantooruren, in het weekend of op feestdagen: de spoedgevallendienst