Aan het einde van elk leven vinden lichamelijke en geestelijke veranderingen plaats die er op kunnen wijzen dat het sterven dichterbij komt.
We zien niet bij iedereen die sterft álle veranderingen die hierna genoemd worden. Ze komen ook niet in dezelfde mate voor en ook de volgorde waarin de symptomen verschijnen verschilt van persoon tot persoon.
Iedere mens is bijzonder en gaat een eigen levenstraject. Ook elk sterfbed is daarom uniek.
Innerlijke en uiterlijke veranderingen van het lichaam tijdens het stervensproces:
Voedsel-en vochtinname
Wanneer mensen zeer zwak zijn, is de nood aan voedselinname sterk verminderd tot volledig weg. De processen die aan bod komen bij het eten en ook tijdens de vertering, kosten zeer veel energie. Deze energie ontbreekt vaak. En de energie die iemand nog rest, kan beter gespendeerd worden aan andere zaken, zoals genieten van het bezoek van naasten.
Er zijn een aantal uiterlijke kenmerken (zoals sterke vermagering, ingevallen wangen, een spitse neus) die voor familie aangrijpend kunnen overkomen. Daardoor hebben familieleden vaak nog de neiging om toch te proberen voedsel- en vochtinname te stimuleren.
Er zijn echter ook innerlijke veranderingen (zoals het stilaan uitvallen van de organen en afname van de slikfunctie) die niet zichtbaar zijn, maar die ervoor zorgen dat mensen die sterven geen behoefte meer hebben aan voedsel of vocht.
Wanneer de persoon die stervende is, zich toch zal forceren om te eten of te drinken, dan ontstaat er een groot risico op verslikking door de afname van de slikfunctie. Dit kan in ernstige gevallen leiden tot een slikpneumonie (een specifieke vorm van longontsteking), wat we uiteraard willen vermijden.
Bij een verminderde vochtinname kunnen de lippen en mond droog aanvoelen. We kunnen verlichting brengen door de lippen en de mond licht te bevochtigen. De verpleegkundigen op de afdeling hebben hier specifieke hulpmiddelen en tips voor.
Tip voor familie: forceer je familielid niet om te eten.
De bloedsomloop vermindert
Het lichaam houdt zo lang mogelijk de doorbloeding van hart en longen in stand. Omdat het bloed zich hierdoor meer en meer terugtrekt naar de borst- en buikholte, kunnen handen, armen, voeten, benen en neus koud aanvoelen. Op de benen kunnen vlekken ontstaan die een blauwe tot paarse kleur hebben. In de volksmond worden dit vaak lijkvlekken genoemd.
De kleur van het gelaat wordt vaak grauwer en bij de laatste ademhalingen trekt de kleur helemaal uit het gezicht weg (doodsbleek). Eventjes na het sterven trekt de kleur dan weer bij, waardoor iemand terug meer op zichzelf begint te lijken.
De lichaamstemperatuur verandert
Bij sommige stervenden zal de lichaamstemperatuur eerder stijgen dan dalen. Dit heet terminale koorts. Deze is niet te vergelijken met bijvoorbeeld koorts bij griep. De persoon zelf zal hier niet zozeer hinder van ondervinden. Terminale koorts is van die aard dat ze met koortswerende middelen niet meer te behandelen is.
Omdat de bloedsomloop trager gaat, kan deze extra warmte niet goed meer afgevoerd worden. Dit kan zich uiten in periodes van overmatig zweten. Het kan dan voor iemand aangenaam zijn om regelmatig eens verfrist te worden en een goede huidverzorging te krijgen. Ook een aangepaste omgevingstemperatuur en verse lakens kunnen bijdragen tot extra comfort.
De ademhaling verandert
Je leeft zolang je ademhaalt.
Bij mensen die gaan sterven, kan een stokkende en onregelmatige ademhaling een teken zijn dat de dood snel dichterbij komt. De ademhaling kan zelfs regelmatig stilvallen om daarna met een diepe zucht weer op gang te komen. De tijd tussen de ademteugen wordt langer en langer, soms wel tot een halve minuut.
Voor degene die stervend is, is dit niet benauwend. Het gezicht ziet er ook bij deze stokkende ademhaling vaak heel rustig uit. Als er toch ongemak bij de ademhaling zou zijn, zal de arts besluiten om rustgevende medicijnen toe te dienen.
Wat er ook gebeurt, is dat de normale prikkels om te hoesten en te slikken verdwijnen bij iemand die gaat sterven. Hierdoor kan slijm zich ophopen in de keelholte of in de luchtpijp. Dat kan aanleiding geven tot een reutelend geluid bij het ademhalen. Ook hiervan heeft de stervende zelf geen hinder. Maar voor de naasten kan dit geluid moeilijk te aanhoren zijn. Omstaanders denken soms dat de stervende het benauwd heeft of zelfs dreigt te stikken …
De fase van onregelmatige ademhaling en reutelen wordt gevolgd door steeds langere adempauzes, meer oppervlakkige ademhaling en ten slotte de laatste adem. In veel gevallen niet meer dan een zuchtje na een (heel) lange stilte.
Twijfel niet om je te laten bijstaan op het moment dat de ademhaling verandert.
Minder contact, daling van het bewustzijn
Als het overlijden dichterbij komt, gaat iemand meer en meer slapen. De periodes dat iemand wakker is, worden korter. De stervende lijkt zich steeds meer terug te trekken in een eigen cocon en is steeds moeilijker te bereiken.
Doordat de periodes in slaaptoestand langer worden, zal iemand die sterft ook minder volgen wat er rondom hem gebeurt. Hij zal ook minder gaan begrijpen van alles wat er rondom hem gezegd wordt. Let wel: waarschijnlijk hoort iemand die stervende is wel alles en blijft hij tot op het laatst gevoelig voor geluid. Het gehoor is het laatste zintuig dat wegvalt.
Rust rondom het bed van iemand die sterft is zeer belangrijk: niet teveel mensen tegelijk rond het bed en geen harde stemmen of geluiden. Zachtjes praten heeft vaak een rustgevende werking.
Aanraking kan ook rustgevend zijn, al verschilt dit naargelang de persoon en naargelang het moment.
In de periode vóór het overlijden daalt het bewustzijn steeds verder. In de laatste uren glijdt iemand hierdoor meestal weg in een diepe slaaptoestand of coma. Als je naast het sterfbed aanwezig bent, kan het aanvoelen alsof iemand stilletjes aan uitdooft zoals een kaarsje.
Onrust en verwardheid
Het kan ook gebeuren dat door een gedaald bewustzijn iemands gedrag verandert. De stervende kijkt dan anders uit de ogen en kan een onrustige en verwarde indruk maken. Dit wordt in medische termen een delier genoemd. Het lijkt alsof iemand van alles beleeft of ziet, maar wát precies, is niet duidelijk. Dit verschijnsel komt nogal eens voor in de laatste levensdagen en vooral in de laatste uren. Soms maakt de stervende eveneens kleine (hand)bewegingen, alsof hij iets wil plukken of aanwijzen.
Ook hier kan rustige aanwezigheid deugd doen. Het helpt ook om eventuele waandenkbeelden of hallucinaties niet tegen te spreken. Je hoeft er ook niet in mee te gaan. Een bekrachtigend knikje of mm kan voldoende zijn.
Als er toch tekenen van ongemak zijn, kan de arts besluiten om rustgevende medicijnen toe te dienen.
Waken: een kostbare tijd.
Aan een sterfbed kunnen heel wat emoties komen… of ook niet.
Als het sterven heel dichtbij komt, kan men als familie of vrienden afspreken om te waken. Waken betekent: op een rustige manier dag én nacht bij de stervende aanwezig zijn.
Waken is eveneens een uniek proces, net zoals het stervensproces. Er kan een sfeer van sereniteit gecreëerd worden door fotos neer te zetten, licht te dempen, zachte muziek te draaien, stilletjes te vertellen of voor te lezen, te bidden… Waken kan een tijd zijn voor afscheidsrituelen, zoals de ziekenzalving, de ziekenzegening of een ander ritueel.
De tijd lijkt in deze fase vaak stil te staan. Het overlijden kan lang op zich laten wachten. Het verzorgen van een stervende kan voldoening geven, maar kan ook als uitputtend, slopend of emotioneel intens ervaren worden. Het kan helpen om elkaar af te wisselen, want voldoende rust nemen is belangrijk. Waken gebeurt in een periode van verlies, toch wordt achteraf vaak aangegeven dat dit een zeer waardevolle tijd is van zeer dicht bij elkaar staan…
Je kan een waakkoffer uitlenen via onze pastorale dienst of het Palliatief Support Team (PST). Vraag meer info aan verpleegkundigen van de afdeling.
Er is ook een verlieskoffer voor kinderen samengesteld, die ondersteunend kan werken wanneer kinderen met verlies te maken hebben.
Het leven loslaten
Een pad dat elk van ons een stuk alleen gaat … alles achterlaten wat je lief is… Iedereen begrijpt dat dit moeilijk is. Vaak is een naaste de meest aangewezen persoon om de stervende bij te staan.
Dat is geen eenvoudige taak. Praten met mensen die vertrouwd zijn, zoals familie en vrienden, geeft hierbij steun. Daarnaast kan je ook professionele of vrijwillige hulpverleners vragen om ondersteuning te bieden. De medewerkers van de pastorale dienst en het PST zijn beschikbaar tijdens de kantooruren op weekdagen.
Een levensfase vol contrasten
Je zal merken dat een stervensproces zowel moeilijke als mooie momenten met zich meebrengt: momenten van verdriet, angst, machteloosheid, boosheid, maar ook van dankbaarheid, liefde, opoffering, humor en hoop.
Waar heeft iemand steun en houvast aan?
Voor de éne persoon is dat zijn of haar levensfilosofie, voor de andere kan het geloof een uitweg bieden. Het kunnen ook gewoon kleine momenten van genieten zijn, of een gevoel van samenzijn.
Een houding van rust en vertrouwen is enorm belangrijk. Het helpt iemand die dichterbij de dood komt dat hij voelt dat hij kan en mag gaan.
Als je merkt dat er nog dingen zijn die iemand zodanig bezighouden dat ze deze laatste fase bemoeilijken, probeer dan samen na te gaan of hierop een antwoord kan gegeven worden.
Vind je toch de weg niet om het te benoemen of te uiten? Denk dan eventueel aan het inschakelen van iemand met ervaring en deskundigheid op psychosociaal gebied of een spiritueel begeleider. De medewerkers van de pastorale dienst en het PST zijn beschikbaar tijdens de kantooruren op weekdagen.
Ieder sterfbed kent een eigen tijd en heeft een eigen tempo
Sterven gebeurt soms ineens. Maar heel vaak kan sterven soms dagen en in uitzonderlijke gevallen zelfs langer dan een week duren.
Soms lijkt de geest klaar, maar is het lichaam nog niet zo ver, soms is het andersom en kunnen mensen dagen vasthouden aan het leven. Wanneer het sterven dan werkelijk nadert, kan de omgeving dit aanvoelen alsof de stervende loslaat en zich overgeeft.
Na het overlijden
Als je naaste overleden is, kan je rustig de tijd nemen om op een voor jou gepaste manier afscheid te nemen. Als je wil helpen met de laatste verzorging, dan kan dat zeker. De verzorgende of verpleegkundige zal je daarbij helpen.
Je neemt ook best contact op met een begrafenisondernemer. Hij zal je helpen bij alle praktische zaken die te maken hebben met het overlijden en het regelen van een uitvaart.
Maak specifieke wensen tijdig kenbaar, ook wat betreft donorschap of het schenken van het lichaam aan de wetenschap.
Bedenk dat er ook in deze verdrietige periode van rouw en afscheid nemen mensen zijn die je willen bijstaan.
Vraag ook onze brochure een dierbare verliezen met informatie voor nabestaanden.