De vaginale hysterectomie
Dit is de benaming voor het verwijderen van de baarmoeder via de vagina. Deze werkwijze laat enkel een litteken na in de top van de vagina. In de buikwand zullen geen littekens aanwezig zijn. Het herstel verloopt doorgaans vlotter dan bij een ander type hysterectomie. Deze techniek is zeer geschikt voor een verzakte baarmoeder.
De laparoscopisch geassisteerde vaginale hysterectomie
Een vaginale hysterectomie kan gepaard gaan met een laparoscopische ingreep: door middel van een kijkoperatie doorheen de navel kunnen eventuele vergroeiingen losgemaakt worden of kunnen één of twee eierstokken verwijderd worden. Ook een iets grotere baarmoeder kan met deze techniek langs vaginale weg verwijderd worden. Bij deze techniek blijven drie kleine littekens van ongeveer 1 cm zichtbaar op de buikwand.
De abdominale hysterectomie
Hierbij wordt de baarmoeder verwijderd via een insnede in de buikwand. Indien mogelijk zal de dokter kiezen voor een horizontale insnede onderaan de buik, op de grens met het schaamhaar. Uitzonderlijk, maar soms noodzakelijk, wordt een verticale insnede gemaakt, dus van de navel naar beneden. De arts kiest voor een wegname van de baarmoeder via de buikwand als bijvoorbeeld de baarmoeder te groot is, de eierstokken moeten weggenomen worden of indien hij moeilijkheden verwacht bij een andere operatietechniek.
De robot-geassisteerde laparoscopische hysterectomie
Met behulp van een ‘da Vinci’ chirurgiesysteem (2.58 MB) "pdf", kan men de baarmoeder verwijderen via kleine incisies en zo een sneller herstel bekomen. Alhoewel het systeem vaak een 'robot' wordt genoemd, kan de da Vinci niet zelfstandig werken: de operatie wordt volledig door je arts uitgevoerd. Samen met de da Vinci technologie is je arts in staat complexe operaties zeer nauwkeurig uit te voeren, via slechts een paar kleine openingen. De ziekenhuisopname nadien is dan ook korter en meestal kunnen patiënten het ziekenhuis verlaten na 2 of 3 dagen.
Gevolgen van de ingreep
Het is belangrijk dat je de gevolgen van een hysterectomie goed kent alvorens deze operatie te laten uitvoeren. Wanneer de baarmoeder weggenomen wordt, kan je niet meer zwanger worden en zullen de maandstonden uitblijven.
Als je de menopauze nog niet bereikt hebt en beide eierstokken werden tijdens de operatie verwijderd, dan kom je onmiddellijk in een vervroegde, plotse overgang terecht. Het lichaam moet wennen aan de nieuwe hormoonhuishouding. Hierdoor kunnen symptomen van de menopauze plots optreden, zoals warmteopwellingen, prikkelbaarheid, vaginale droogte, …
Je gynaecoloog kan hiervoor eventueel een behandeling inzetten om de ongemakken van deze plotse overgang te beperken indien je hier teveel last van ondervindt. Indien slechts één eierstok werd weggenomen, zal de andere zijn taak gewoon overnemen en merk je geen verschil. De eicellen die nog steeds geproduceerd worden door de eierstokken, komen in de buikholte terecht en worden daar probleemloos door het lichaam opgenomen. Bij seksuele betrekkingen komt het zaad via de vagina terug naar buiten zoals voorheen.
Als je de menopauze al bereikt hebt zal je , eens hersteld van de ingreep, weinig veranderingen merken. De vagina behoudt dezelfde diepte als voorheen, uitgezonderd bij operaties aan de vagina die uitgevoerd worden omwille van de aanwezigheid van een kwaadaardig gezwel. De vagina hangt ook niet los zoals soms verondersteld wordt. De ophangbanden van de baarmoeder, die nu weg is, worden ter bevestiging aan de top van de vagina vastgemaakt. De baarmoeder is verwijderd. Ze laat echter geen “leegte” achter in de buik. Ze was immers oorspronkelijk klein en nam sowieso al niet veel plaats in. De darmen vullen deze kleine ruimte onmiddellijk weer op.
Indien je eerder jong bent en moeilijk overweg kan met het idee dat je niet meer zwanger kan worden en/of niet meer menstrueert, weet dan dat jongere vrouwen na een baarmoederwegname vaak met dit probleem kampen. De lichamelijke veranderingen betekenen zeker niet dat je nu geen echte vrouw meer bent. Er over praten met je echtgenoot, familie, vrienden of zorgverleners kan zeker helpen.
De verzakking van de baarmoeder
De verzakking van de baarmoeder is vaak de reden voor het wegnemen ervan. De ligamenten en de spieren die haar in de buikholte in de juiste positie houden, gaan na verloop van tijd en onder druk van bijvoorbeeld zwangerschap uitrekken. Op een gelijkaardige manier kunnen ook andere, naburige organen zoals de blaas en de endeldarm een verzakking vertonen.
Omdat zij vaak samen met een baarmoederverzakking voorkomen en in eenzelfde heelkundige ingreep hersteld worden, vinden wij het belangrijk ook aan deze ingreep aandacht te besteden. De functie van bovengenoemde organen wordt door de verzakkingen gestoord en dit kan op termijn tot ernstige ongemakken leiden. Een inwendig onderzoek zal aantonen of de klachten inderdaad te wijten zijn aan een verzakking. Bij verzakking van de blaas (= voorkant van de vagina) en/of endeldarm (= achterkant van de vagina) zal men altijd de steunweefsels herstellen en verstevigen. Bij een verzakking van de baarmoeder voert men een herstellende ingreep of een hysterectomie uit. De ingreep die nodig is om een verzakking te herstellen heet colporaphie.
Bovengenoemde herstellende ingrepen worden uitgevoerd via de vagina. Indien je geopereerd wordt voor een verzakking van de blaas en/of de endeldarm, en je baarmoeder wordt tegelijkertijd verwijderd via de buikwand, dan spreekt men over een abdominovaginale ingreep (abdominaal = via de buikwand).
Mogelijke verwikkelingen
Nevenwerkingen van ingrepen kunnen niet altijd vermeden worden. Dergelijke verwikkelingen komen gelukkig uiterst zelden voor. Bovendien worden ze meestal zeer snel opgemerkt en hersteld zodat een langer verblijf in het ziekenhuis niet vaak nodig is.
Mogelijke verwikkelingen bij een hysterectomie zijn:
- Kwetsen van de blaas, urinewegen, darmen, bloedvaten of zenuwen
Tijdens een operatie is het mogelijk dat door manipulatie verschillende weefsels zoals urinewegen, blaas, darmen of bloedvaten beschadigd worden. De kans hierop is groter wanneer vergroeiingen aanwezig zijn in de buik. Deze complicatie is gelukkig zeer zeldzaam en is meestal goed te behandelen. Het herstel duurt dan vaak wat langer.
- Bloeding tijdens of na de ingreep
Wanneer het bloedverlies tijdens de operatie meer is dan normaal, is het soms nodig te starten met ijzertherapie of kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn. Soms treedt een nabloeding op aan de vaginatop of in de buikwand. Het lichaam ruimt deze bloeding zelf op, het herstel duurt dan wel langer. Indien de nabloeding te ernstig is, moet soms een nieuwe ingreep gebeuren.
- Blaasontsteking
Door het plaatsen van een blaassonde tijdens de operatie is het mogelijk dat bacteriën in de blaas binnen gebracht worden. Indien dit het geval is, zal je antibiotica moeten nemen.
- Trombose
Het ondergaan van een operatie is een risicofactor voor het vormen van een bloedklonter in de aders. Daarom wordt na de operatie één keer per dag een bloedverdunnend middel ingespoten. Het is ook belangrijk om na de operatie zo snel mogelijk rond te lopen om de kans hierop te verkleinen.
- Infecties en slechte wondgenezing