Het hart trekt samen door middel van een elektrische prikkel. Bij een normale geleiding noemt men dit het sinusritme. De sinusknoop is de gangmaker van het hart, hij bevindt zich in de wand van de rechtervoorkamer. In rust trekt het hart 60 tot 80 keer per minuut samen. Bij inspanning kan dit zelfs oplopen tot 150 slagen per minuut.
De sinusknoop verspreidt een elektrische prikkel over de voorkamers. Tussen de voorkamers en de kamers bevindt zich de AV-knoop. Deze heeft als functie de prikkel even vast te houden, waarna de prikkel heel snel over de kamers geleid wordt.
Wanneer een prikkel verkeerd, te traag of te snel door het hart loopt, ontstaat een ritmestoornis. Er bestaan verschillende ritmestoornissen. Eén van de ritmestoornissen die vrij vaak voorkomt is voorkamerfibrillatie.
Voorkamerfibrillatie (VKF) of atriale fibrillatie is een hartritmestoornis waarbij de voorkamers van het hart te snel en onregelmatig samentrekken. Omdat bij VKF de voorkamers zeer snel trillen of fibrilleren, staan ze in mechanisch opzicht zo goed als stil. Dat heeft als gevolg dat het bloed in de voorkamers minder doorgepompt wordt naar de kamers. Een ander gevolg is dat er bloedklonters kunnen ontstaan. Deze kunnen op een gegeven moment in de bloedstroom terechtkomen en hersenberoertes veroorzaken.
Dit zijn de meest voorkomende risicofactoren:
- verhoogde bloeddruk
- overgewicht
- overmatig gebruik van alcohol
De behandeling bij VKF bestaat uit:
- verlagen van het hartritme
- herstel en behoud van het sinusritme
- bloedverdunnende medicatie ter preventie van klontervorming