Waaruit bestaat de behandeling?
Verschillende ziekten kunnen behandeld worden met behulp van een dosis radio-actief I-131. Dit noemen we een radio-joodtherapie. Klassieke voorbeelden zijn de behandeling van bepaalde schildklierfunctiestoornissen en/of schildklierzwellingen. De behandeling bestaat zeer eenvoudig uit het inslikken van een pil. De hoeveelheid I-131 die deze pil bevat, wordt door de arts bepaald en is specifiek aangepast aan je ziekte.
Wat doet het toegediende I-131 in je lichaam?
Een groot gedeelte van het I-131 wordt in je lichaam opgenomen via de maag en komt nadien in de schildklier terecht. Het I-131 zendt vooral straling uit met een kort bereik in het lichaam (enkele millimeters). Hierdoor wordt de zieke schildklier (of een gedeelte hiervan) zeer plaatselijk bestraald, met slechts een beperkte stralingsbelasting voor andere organen. Het grootste gedeelte van de ingenomen dosis I-131 wordt de eerste dagen na inname van de pil via urine uitgescheiden, een zeer beperkte hoeveelheid van de dosis wordt via speeksel en stoelgang uitgescheiden.
Voor een behandeling met I-131 moet je soms opgenomen worden in het ziekenhuis in een isolatiekamer. Dit is om blootstelling aan radioactieve straling voor jouw omgeving te beperken en ook om besmetting van het milieu (bijvoorbeeld via het grondwater) te vermijden. Bij toediening van een lage dosis I-131 is een opname met overnachting echter niet altijd noodzakelijk.
Wat moet je doen na de inname van de I-131 pil (dus ook thuis)?
Je krijgt een brochure met uitgebreide richtlijnen mee naar huis. Volg alle richtlijnen nauwkeurig. Het overzicht hieronder is een samenvatting van de meest belangrijke maatregelen.
- Tot 3 dagen na ontslag
- Drink voldoende water: 2 à 3 liter per dag.
- Tot 5 dagen na ontslag
- Gebruik een apart toilet of spoel je toilet 2 maal door na gebruik.
- Tot 7 dagen na ontslag
- Beperk de contactduur met andere personen.
- Tot 14 dagen na ontslag
- Hou fysiek afstand (2 à 3 meter) tot andere personen.
- Slaap apart.
- Was je handen grondig, zorg voor extra lichaamshygiëne.
- Reinig het eetgerei vooraleer iemand anders het gebruikt.
- Gebruik apart toiletgerei en bedlinnen; was het linnen apart.
- Hou je afvalzakken één ophaling langer bij dan normaal. er kan een kleine hoeveelheid I-131 in zitten. Dit kan een probleem veroorzaken bij de stralingsdetectie van afvalverbrandingsovens. Zet de vuilzakken op een weinig toegankelijke plaats in je huis.
- Tot 24 dagen na ontslag
- Je mag geen contact hebben met zwangere vrouwen en kleine kinderen.
- Vermijd gedurende 24 dagen drukbezochte plaatsen waar het moeilijk is om afstand te houden en waar je personen met verhoogd risico (zwangere vrouwen of kinderen jonger dan 6 jaar) kan ontmoeten.
- Tot 6 maanden na ontslag
- Je mag niet zwanger worden.
- Je mag niet zwanger worden.
Nevenwerkingen
Op korte termijn (= de eerste dagen na de behandeling) zijn er zelden bijwerkingen van de joodtherapie. Bij inname van een zeer hoge dosis, kan je wat last in je hals voelen. Dit gaat snel voorbij.
• Op middellange termijn (= een paar weken na de behandeling) kan de schildklier uitzonderlijk een versterkte werking hebben.
• Op lange termijn (= een paar maanden na de behandeling) kan de werking van de schildklier soms opnieuw verstoord raken.
Ontslag en nabehandeling
- Je wordt, zeker in de eerste periode na de behandeling, steeds nauwkeurig opgevolgd door je huisarts of specialist om
- het resultaat van de behandeling te evalueren
- om een eventueel herval van een schildklierziekte tijdig te ontdekken.
- Bij ontslag uit het ziekenhuis krijg je een ontslagkaart mee waarop de
dosis en het gebruikte radiofarmacon worden vermeld.
Je krijgt ook een brief mee voor je huisarts en voor de arts-specialist.
• Vanaf 14.00u kan je het ziekenhuis verlaten.
• Je krijgt een afspraak voor een controleraadpleging. - Bij opname in een ziekenhuis; verwittig onmiddellijk de arts nucleaire
geneeskunde van AZ Sint-Blasius: 052 25 26 60. Zie de voorzichtigheidsperiode die op je ontslagkaart vermeld staat. - Een bijzondere situatie: vroegtijdig overlijden.
Net zoals iedereen, kan je vroegtijdig overlijden, al dan niet ten gevolge van ziekte of een ongeval. Wanneer dit gebeurt binnen de ‘voorzichtigheidsperiode’ zoals vermeld op je ontslagkaart, dan moeten de betrokkenen (arts-specialist, verpleegkundige, huisarts, begrafenisondernemer, …) op de hoogte zijn van je behandeling. Zo kunnen ze de standaardmaatregelen voor stralingsbescherming toepassen.