Een heupfractuur is een verzamelnaam voor breuken rond de heup. Grofweg zijn er 2 locaties van heupfracturen: intra- en extracapsulair. De locatie en het activiteitsniveau van de patiënt zullen ook het type behandeling bepalen.
- Intracapsulaire fracturen worden verdeeld onder subcapitale, midcervicale en basicervicale fracturen.
- Extracapsulaire fracturen worden verdeeld in pertrochantere en subtrochantere fracturen.
Oorzaak
Meestal wordt een heupfractuur veroorzaakt door een trauma. Dit kan een val zijn, een auto-ongeval, een sportongeval, … Onderliggende oorzaken kunnen ervoor zorgen dat een heupfractuur sneller optreed. Zo bijvoorbeeld bij osteoporose. Door botverlies en verlies van botkwaliteit kan het bot sneller breken. De kans op osteoporose neemt bovendien toe met de leeftijd.
Symptomen
Een heupfractuur geeft meteen uitgesproken pijn in de heup, lies of bovenbeen. Stappen en steunen zijn meestal niet meer mogelijk. In ruglig kan het aangedane been ook verkort zijn en kan de voet naar buiten draaien.
Behandeling
De behandeling is afhankelijk van de locatie (intra- of extracapsulair) en van het activiteitsnivieau.
Intracapsulaire fracturen:
Bij jonge patiënten met een goede botkwaliteit kan de heup behandeld worden door middel van schroeven. Hierbij wordt de volledige eigen heup bewaard en wordt de fractuur gefixeerd. Er mag 6 weken niet op de heup gesteund worden en er is nog steeds een risico dat er avasculaire necrose (verminderde doorbloeding naar de heupkop) optreedt. In dit geval moet er vaak toch een totale heupprothese geplaatst worden.
Bij oudere patiënten wordt meestal geopteerd om de gebroken heup meteen de vervangen door een prothese. Dit kan een totale heupprothese (vervanging kop en kom) zijn of een bipolaire heupprothese (enkel vervanging van kop, kom blijft behouden), afhankelijk van de activiteitsgraad van de patiënt.
Extracapsulaire fracturen:
Zowel bij oude als bij jonge patiënten wordt dit type fractuur behandeld met een heupnagel of een heupschroef. Ook hierbij wordt het eigen bot behouden. Na de ingreep mag er maar gedeeltelijk op de heup gesteund worden.