Wat is het perifere zenuwstelsel?
Het perifere zenuwstelsel bevat alle zenuwen die buiten het centrale zenuwstelsel liggen. Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Vanuit het centrale zenuwstelsel worden zenuwen aangestuurd om bijvoorbeeld bewegingen aan te zetten. De zenuwen die van het centrale zenuwstelsel naar de andere weefsels in het lichaam lopen, vormen het perifere zenuwstelsel.
Ziekte of beschadiging van een perifere zenuw veroorzaakt “zenuwpijn” of neuropathische pijn.
Neuropathische pijn heeft typische kenmerken:
- Vreemde, onaangename gewaarwordingen of kriebelingen ter hoogte van de huid
- Gewaarwordingen zoals elektrische schokken of gevoel van verbranding
- Pijn bij warmte of koude (onder de douche)
- Pijn bij aanraking (kledij, bedlinnen, …)
- Gevoel van messteken, brandend of snijdend gevoel
- Een abnormaal uitzicht van de huid in het pijnlijke gebied
- Overgevoeligheid bij aanraking
Sommige perifere zenuwpijnen kunnen goed behandeld worden door middel van een infiltratie met medicatie (blokkade) of een (P)RF-behandeling (denervatie, met elektrische stroom). Afhankelijk van welke zenuw is aangetast kan er op verschillende plaatsen in het perifere zenuwstelsel een behandeling worden uitgevoerd.
Bijvoorbeeld:
- Behandeling van de nervus genitofemoralis voor pijn ter hoogte van het scrotum (balzak)
- Behandeling van de nervus ilioinguinalis en iliohypogastricus voor pijn ter hoogte van de liesstreek
- Behandeling van de nervus cutaneus femoralis lateralis voor een meralgia paresthetica (pijn aan de voor- en zijkant van het bovenbeen)
- Behandeling van de nervus pudendus voor een pudendus neuralgie (pijn ter hoogte van de geslachtsorganen)
Infiltratie of denervatie?
Het doel van deze behandeling is de pijngeleiding te blokkeren, zodat de pijn zal afnemen. Er zijn twee soorten behandelingen: een infiltratie of een denervatie.
Bij een infiltratie wordt een lokaal verdovingsmiddel en een langwerkend ontstekingswerend geneesmiddel (corticosteroïd) ingespoten ter hoogte van de perifere zenuw. Het lokaal verdovingsmiddel blijft tot enkele uren na de infiltratie werken. Het corticosteroïd zal zijn optimaal effect pas na enkele dagen of zelfs weken bereiken. Het is dus belangrijk om de eerste weken na een infiltratie het veranderende effect op je pijnklachten te beoordelen.
Wanneer je een positief, maar te kortdurend resultaat ondervond van een eerdere infiltratie met medicatie, kan er in een tweede stap overgegaan worden tot de denervatie. Daarbij wordt er geen medicatie ingespoten, maar wordt de zenuw “stilgelegd” door middel van kleine elektrische, gepulseerde, stroomstootjes. Het effect van deze behandeling duurt over het algemeen veel langer, maar kan pas definitief geëvalueerd worden na een zestal weken.
Hoe verloopt de behandeling?
Behandeling met medicatie (infiltratie):
- Vooraf krijg je een infuus.
- De houding is afhankelijk van de aan te prikken zenuw.
- Soms wordt er een lichte verdoving (roesje) toegediend.
- De regio wordt ontsmet om infectie te voorkomen
- Eventueel wordt de huid verdoofd.
- Met behulp van echografie en/of een elektrisch stroompje wordt de naald correct gepositioneerd. Daarna wordt het pijnstillend mengsel ingespoten.
- De behandeling zelf duur ongeveer 20 minuten. Je wordt daarna nog ongeveer 30 minuten geobserveerd.
- Na toestemming van de pijnarts kan je het ziekenhuis verlaten.
Behandeling met elektrische stroom (denervatie):
- Vooraf krijgt je een infuus.
- De houding is afhankelijk van de aan te prikken zenuw.
- Soms wordt er een lichte verdoving (roesje) toegediend.
- De regio wordt ontsmet om infectie te voorkomen
- Eventueel wordt de huid verdoofd.
- Met behulp van echografie wordt de naald correct gepositioneerd.
- Om te bepalen of de naaldtip goed zit, wordt de zenuw gestimuleerd met zwakke stroomstootjes. Vervolgens wordt de zenuw verdoofd en behandeld met gepulseerde stroomstootjes.
- De behandeling zelf duur ongeveer 20 minuten. Je wordt daarna nog ongeveer 30 minuten geobserveerd.
- Na toestemming van de pijnarts kan je het ziekenhuis verlaten.
Nevenwerkingen en verwikkelingen
Hoewel de techniek en de producten erg veilig zijn, zijn er toch enkele nevenwerkingen en verwikkelingen beschreven:
- Tijdelijke pijn op de insteekplaats is niet ongebruikelijk of verontrustend.
- De eerste dagen na de infiltratie kan er eveneens tijdelijk napijn optreden ter hoogte van het behandelde gebied. Je kan hiervoor pijnstillers innemen.
- Het corticosteroïd (enkel in het geval van een therapeutische infiltratie) kan enkele nevenwerkingen hebben zoals: (tijdelijke) gewichtstoename, spierzwakte, rood gelaat, ontregeling van het bloedsuikergehalte, effect op het bot (botontkalking/osteoporose). Deze nevenwerkingen treden over het algemeen pas op indien er verschillende infiltraties na elkaar plaatsvinden.
- Na de infiltratie kunnen je bloeddruk en polsslag tijdelijk dalen: dit is te wijten aan de plaatselijke verdoving. Ook tijdelijke duizeligheid is beschreven. Daarom word je na de procedure nog een tijdje geobserveerd.
- Andere tijdelijke nevenwerkingen te wijten aan de plaatselijke verdoving zijn (bij infiltraties in de hals) een tranend oog, slechte smaak, gehoorverlies, heesheid en verdoving van de schouder of arm. Bij een infiltratie in de rug kunnen het been of het zitvlak mee verdoofd zijn. Deze effecten zijn tijdelijk en niet verontrustend.
- Allergische reacties op latex, ontsmetting, contrastvloeistof of toegediende producten zijn steeds mogelijk. Vermeld steeds aan de verpleegkundige of arts of je gekende allergieën hebt.
- Ernstige verwikkelingen zoals bloedingen, infectie (bijvoorbeeld hersenvliesontsteking) en zenuwbeschadiging zijn mogelijk, maar gelukkig erg zeldzaam.
Bijzondere aandachtspunten en voorzorgen
- Houd er rekening mee dat je de dag van de infiltratie geen voertuigen mag besturen of machines mag bedienen. Je moet zeker een begeleider (chauffeur) voorzien. Indien dat niet het geval is, zal de behandeling uitgesteld worden.
- Indien er een mogelijkheid bestaat dat je zwanger bent, wordt de infiltratie best niet uitgevoerd.
- Het is aangewezen om bepaalde bloedverdunnende geneesmiddelen op voorhand te stoppen. Dit zal tijdens de voorafgaande consultatie besproken worden.
- Indien je een infectie doormaakt (bijvoorbeeld keelontsteking, tandabces, luchtweginfectie, maag- of darminfectie, blaasinfectie, lokale infectie in de regio waar de infiltratie uitgevoerd wordt, behandeling met een antibioticum, …) kan het nodig zijn om de infiltratie uit te stellen.
Na de behandeling
Na de infiltratie stuurt de pijnarts een verslag van de procedure door naar je huisarts en eventueel naar de verwijzende arts-specialist.
Indien er zich na de behandeling problemen voordoen, dan verwittig je best je huisarts. Dat is de aangewezen persoon om je vragen te beantwoorden of je eventueel door te verwijzen.
Praktische info
De behandeling vindt plaats op onze campus in Dendermonde, Kroonveldlaan 50.
- Wij raden je aan om ruim op tijd te komen, 30 minuten vóór het tijdstip van de afspraak.
- Breng steeds je identiteitskaart mee.
- Vermeld vooraf aan de verpleegkundige of arts of bepaalde documenten moeten ingevuld worden (sociaal verlof, brief adviseur, documenten hospitalisatieverzekering, …).