Je onderging een prostatectomie (verwijderen van de prostaat) door middel van de robot. Na deze ingreep heb je een blaassonde (om de urine te laten afvloeien). Deze sonde blijft nog even ter plaatse, ook wanneer je naar huis gaat, om de genezing van de naad tussen de blaas en urethra (plasbuis) te bevorderen. Hierbij vind je enkele belangrijke raadgevingen.
Aandachtspunten
- Hematurie (bloed in de urine) is normaal en kan tot 6 weken duren.
- Lekkage van urine naast de sonde kan het gevolg zijn van blaasspasmen. Zolang de urine afloopt is er geen probleem. Je kan eventueel gebruik maken van een incontinentieverbandje in je onderbroek.
- Drink minstens twee liter vocht per dag om de urinewegen te spoelen en om het herstel van het maag-darmstelsel te bevorderen.
- Tot 6 weken na de operatie mag je niet heffen, niet tillen en niet fietsen.
- Om flebitis te voorkomen (=aderontsteking waardoor er eventueel bloedklonters kunnen ontstaan) moet je tot 20 dagen na de operatie spuitjes krijgen. Je moet tijdens deze periode ook steunkousen dragen.
Verzorging van de sonde
- Was dagelijks de genitaliën en de sonde met water en zeep. Je mag een douche nemen, maar geen bad. Wanneer je doucht, dan steek je de urinezak in een plastic zak, zodat de buitenzijde niet nat wordt. Ook nu mag je de sonde niet losmaken van de zak die aan je been bevestigt is.
- Schuif de voorhuid van de penis steeds terug vooruit om zwelling te voorkomen.
- Controleer tijdens het wassen de huid op tekenen van infecties zoals zwelling, roodheid, warmte of pijn
Aandachtspunten voor de sonde
Er bestaan twee soorten urinezakken:
De beenzak | De nachtzak |
- De urinezakken hebben een handig kraantje. De werking hiervan leren we je aan tijdens je verblijf in het ziekenhuis.
- De urinezak moet lager hangen dan de blaas.
- Tractie (= spanning) op de sonde is niet goed. Zorg er voor dat de sonde bevestigd is aan je been (zie afbeelding). Dit kan met een elastisch bandje of met plakkers.
- Maak de urinezak voldoende leeg om terugvloei te voorkomen. Houd de zak ook steeds lager dan de blaas bij het leegmaken om een goede afloop te bekomen
Neem contact op met je arts
|
Verwijderen van de sonde
7 tot 10 dagen na je ontslag uit het ziekenhuis kom je terug om de sonde te laten verwijderen. Dit gebeurt in dagopname (zonder overnachting, je mag dezelfde dag weer naar huis). Je hoeft hiervoor niet nuchter te zijn.
Wat gebeurt er tijdens deze dagopname?
- Cystografie (= lektest): enkel op indicatie van de uroloog Tijdens dit onderzoek wordt er via de sonde contraststof in de blaas gebracht. Daarna worden er röntgenfoto’s genomen. Zo kan de arts controleren of de nieuwe verbinding, die werd gemaakt tijdens de ingreep, genezen is. Indien dit het geval is, mag de sonde verwijderd worden.
- Nadat de sonde verwijderd is, moet je spontaan kunnen plassen. Dit plassen wordt geregistreerd met een toestel zodat de arts de urinestraal kan beoordelen.
- Daarna wordt er met een echografie gekeken of de blaas leeg is.
- Het is normaal dat je na het verwijderen van de sonde wat urine verliest. Voordien werd de sluitspier geholpen door de prostaat en blaashals. Nu de prostaat weggenomen werd, staat de sluitspier er alleen voor en kan er urineverlies zijn. Na verloop van tijd zullen de bekkenbodemspieren de sluitspier ondersteunen. Daarom zijn oefeningen om deze spieren te versterken ook heel belangrijk. Een kinesist komt, nadat de sonde verwijderd is, langs op je kamer om de eerste bekkenbodemspieroefeningen aan te leren. Deze oefeningen moet je thuis blijven doen. Wanneer het urineverlies aanhoudt, moet je eventueel pas na 4 tot 6 weken intensieve oefeningen bij de kinesist volgen.
- Wanneer al deze stappen gebeurd zijn, en nadat de arts bij je is langs geweest, mag je dezelfde dag het ziekenhuis verlaten.
Het team van de afdeling Z 1A en de urologen van AZ Sint-Blasius wensen je alvast een spoedig herstel. Heb je nog vragen? Aarzel dan niet ze te stellen aan je arts of aan een verpleegkundige.
Contactgegevens
- verblijfsafdeling Z 1A 052 25 21 82
- begeleidingsverpleegkundigen urologie 052 25 23 71
- secretariaat urologie 052 52 10 31
- dienst spoedgevallen 052 25 25 25