TURB staat voor TransUrethrale Resectie van de Blaastumor. Bij deze behandeling zal de uroloog een camera in de blaas brengen langs de plasbuis. Aan de top van de camera zit een elektrisch mesje waarmee het blaasletsel kan worden weggenomen. Soms wordt hier ook een laser voor gebruikt.
Deze ingreep wordt meestal uitgevoerd onder algemene verdoving. Tijdens de ingreep wordt een blaassonde geplaatst. Dit is een silicone tube die door de plasbuis naar de blaas loopt. Via deze blaassonde zal de blaas gespoeld worden om zo klontervorming te vermijden. De urine wordt opgevangen in een grote urinezak. Wanneer de urine voldoende helder is, zal de spoeling gestopt worden. Daarna kan de sonde worden verwijderd.
Voorbereidingen op de ingreep
Je verblijft voor deze ingreep 1 tot 3 dagen in het ziekenhuis. Dit is afhankelijk van de uitgebreidheid van de letsels en van eventuele verwikkelingen. Volg onderstaande adviezen op vóór je naar het ziekenhuis komt:
- De dag vóór de ingreep bellen we je om het juiste uur van je opname door te geven.
- Je moet nuchter zijn, tenzij je arts je anders informeerde. Nuchter zijn wil zeggen dat je vanaf middernacht niets meer mag eten of drinken.
- Breng steeds een overzicht mee van je thuismedicatie, alsook de medicatie zelf (minstens een voorraad voor 1 dag, indien mogelijk in de originele verpakking).
- Bespreek met je behandelende arts het al dan niet stopzetten van bloedverdunnende medicatie.
- Breng het ingevulde gele anesthesieblad, dat bij je opnamebrochure zat, mee naar het ziekenhuis.
- Indien je bij de huisarts een bloedonderzoek en/of ECG liet uitvoeren, breng dan de resultaten mee.
- We zullen je een urinestaal vragen. Dit wordt verder onderzocht in het laboratorium.
- Verwittig steeds de verpleegkundige en arts wanneer je koorts hebt.
Na de ingreep
Spoelingen
- Je zal een blaassonde met spoeling hebben. De spoelvloeistof loopt in de blaas en wordt afgevoerd via de sonde. De spoeling dient om de vorming van bloedstolsels te voorkomen en weefselresten te verwijderen.
- Soms wordt een éénmalige spoeling uitgevoerd met Mitomycine C (een blauwe vloeistof die via de sonde wordt ingebracht). Dit helpt om nieuwe letsels te voorkomen.
Eten en drinken
- Wanneer je terug op de kamer komt, zal de verpleging je zeggen wanneer je kan eten of drinken.
De volgende dagen
- Het infuus wordt verwijderd wanneer je vlot eet en drinkt en wanneer je pijn onder controle is.
- Wanneer de urine helder genoeg is, wordt de spoeling gestopt. Het is belangrijk dat je daarna voldoende drinkt (ongeveer 2 liter water per dag) om de urine zo helder mogelijk te houden.
- Op advies van de arts zal de verpleegkundige de blaassonde verwijderen wanneer de urine helder is.
- Het is mogelijk dat je een branderig gevoel hebt bij de eerste plasbeurten na het verwijderen van de sonde. Drink voldoende en neem eventueel een pijnstiller die je arts je voorschreef.
- Het is mogelijk dat de urine nog lichtroze of rood gekleurd is of dat je nog kleine stolsels uitplast. Drink voldoende om de urine zo helder mogelijk te houden.
Aandachtspunten voor thuis
Neem contact op met je huisarts of de huisarts van wacht bij problemen na de operatie. Indien nodig, zal hij/zij je doorverwijzen.
- Drink dagelijks 2 liter water. Dit bevordert het spoelen van de blaas en urinewegen.
- Bij ontslag uit het ziekenhuis krijg je een medicatielijst mee. Meestal zal je thuismedicatie op dat moment reeds herstart zijn. Bloedverdunners mag je pas terug nemen na goedkeuring door de uroloog of je huisarts.
In volgende situaties moet je onmiddellijk naar de dienst Spoedgevallen komen:
- Bij plotse hoge koorts/rillingen.
- Wanneer je niet meer kan plassen.
- Bij onhoudbare pijn.
- Het is niet ongewoon dat je tot 14 dagen na de ingreep wat bloed in de urine ziet. Kom naar de dienst Spoedgevallen wanneer je overmatig bloed plast (= de urine kleurt rood-bordeaux) en/of wanneer er klonters in je urine zitten.