Komt voor bij 1 op 1000 verdovingen
Patiënten kunnen na een ingreep soms moeilijkheden hebben met plassen. Dit komt meer voor na een spinale of epidurale verdoving (ruggeprik). Vrouwen kunnen meer last hebben van spontaan urineverlies. Deze ongemakken gaan vanzelf over maar soms is een tijdelijke blaassonde nodig. Deze sonde verhoogt wel de kans op een blaasontsteking. Bij grotere en langdurige ingrepen en ook bij gebruik van pijnpompen wordt vaak vooraf een blaassonde geplaatst om te voorkomen dat de blaas te vol raakt en om te weten of de nieren goed blijven werken.