-
Keelpijn en heesheid
Tijdens een algemene verdoving wordt een buisje in de luchtweg geplaatst om je ademhaling te ondersteunen. Dit buisje kan keelpijn en heesheid veroorzaken tot 2 à 3 dagen na de operatie. Je krijgt hiervoor pijnstillers.
Komt voor bij 1 op 10 tot 1 op 100 verdovingen -
Spier- en rugpijn
Komt voor bij 1 op 10 tot 1 op 100 verdovingenOndanks het feit dat we je met grote zorg in de juiste positie installeren, kan spier- en rugpijn optreden doordat je lange tijd in dezelfde houding op de operatietafel ligt.
-
Pijn tijdens injectie van medicatie
Komt voor bij 1 op 100 verdovingenBepaalde medicatie die tijdens een ingreep gebruikt wordt, kan een pijnlijk of onaangenaam gevoel geven wanneer ze ingespoten wordt.
-
Blauwe plekken en pijn aan de injectieplaats
Komt voor bij 1 op 100 verdovingenJe kan blauwe plekken en pijn hebben op de plaats waar het infuus zit. Dit komt door beschadiging van het bloedvat, door beweging of door infectie. De blauwe plekken verdwijnen meestal spontaan zonder verdere behandeling.
-
Hoofdpijn
Komt voor bij 1 op 100 verdovingenHoofdpijn kan veroorzaakt worden door de anesthesiemedicatie, de ingreep zelf, angst of stress, vochttekort of een te laag suikergehalte. Het treedt vaker op bij mensen die roken of veel koffie, thee of cola drinken. Na een spinale of epidurale anesthesie (ruggenprik) kan je last hebben van meer ernstige hoofdpijn door het lekken van vocht rond het ruggenmerg via het prikgaatje. De hoofdpijn kan behandeld worden met klassieke pijnstillers, of (wanneer ze langer duurt) met een specifieke behandeling.
-
Spierpijn
Komt voor bij 1 op 100 verdovingenWanneer de ingreep dringend moet uitgevoerd worden en je niet nuchter bent, dan dient de anesthesist je soms de spierverslapper myoplegine toe. Dit kan spierpijn veroorzaken die spontaan overgaat.