Aan diabetes mellitus lijden hoeft geen probleem te zijn als je op vakantie gaat. Er zijn echter wel een aantal zaken waar je op moet letten. Houd zeker rekening met onderstaande tips wanneer je op vakantie vertrekt.
Eindelijk vakantie
Vakantie kan heel ontspannend zijn, of net aanleiding geven tot extra sportieve inspanningen. Tijdens je vakantie heb je ook vaak een ander levensritme. Daarnaast krijg je waarschijnlijk te maken met andere etenstijden, onbekende gerechten, een heel ander klimaat, temperatuurverschillen en een tijdsverschil.
Al deze factoren kunnen je bloedglucosegehalte beïnvloeden. Het is daarom aangewezen een regelmatige controle uit te voeren. Bespreek je reisplannen op voorhand met je arts of diabeteseducator. Zo kunnen zij je uitleggen hoe je het best met eventuele bloedsuikerschommelingen kan omgaan.
Wat met voeding?
Eigenlijk moet je je op vakantie aan dezelfde voedingsvoorschriften houden als thuis. Kies voor gezonde voeding, wees matig met vet, zout en suiker en eet regelmatig. Probeer te voorkomen dat je tijdens je vakantie veel meer of minder eet dan anders.
Zorg ervoor dat je altijd koekjes of druivensuiker bij hebt en drink altijd voldoende water, zeker tijdens vliegreizen en in warme landen. Je hebt iedere dag minstens twee liter drinkvocht nodig. In landen met dubieus kraanwater is het beter om alleen (mineraal)water uit flessen te drinken.
Zorg voor vertrek voor de nodige documenten:
- Noodvoorschriften voor insuline en/of medicatie.
- Documenten van reisbijstandsverzekering en het noodnummer.
- Een lijst met contactgegevens van je behandelende arts, het diabetesteam en je verzekering.
- Vraag een reisattest aan je diabeteseducator. Dit attest verleent onder andere de toestemming om insuline en/of prikpennen, spuiten, naaldjes, enzovoort te vervoeren.
Materiaal
- Neem zo veel mogelijk insuline mee uit België. Sommige landen hebben een andere concentratie insuline.
- Neem de insuline mee in je handbagage. De temperatuur in het bagageruim kan zeer laag zijn. Insuline die bevroren geweest is, mag niet meer gebruikt worden.
- Verdeel je insuline en meetmateriaal over je eigen handbagage en die van je reisgeno(o)t(e)(n).
- Bewaar de insuline bij aankomst op een koele plaats, uit de zon. Insuline bewaart ongeveer één maand op kamertemperatuur. Je bewaart je insuline best in een koelzakje. Vraag ernaar bij je diabeteseducator.
- Breng bij thuiskomst de insuline terug naar de apotheek als je vermoedt dat die niet correct bewaard werd.
- Gebruik wegwerppennen of neem een reservepen mee. Bewaar die op een andere plaats dan je gebruikte insulinepennen.
- Neem ruim voldoende extra controlemateriaal mee:
- dagboekje
- reservebatterij
- bloedglucosemeter
- teststrips bloedsuiker
- eventueel ketonen teststrips
Glucagon is aangewezen bij ernstige hypoglycemie. Zorg er ook op vakantie voor dat deze hypokit binnen handbereik is en dat een van je reisgenoten glucagon kan toedienen als je buiten bewustzijn bent.
- Bewaar insuline nooit in volle zon of in het handschoenkastje van de auto. De temperaturen kunnen er hoog oplopen.
- Als je met de auto op reis gaat, zorg je best voor voldoende snacks en drank voor onderweg. Plan ook voldoende tijd in voor de heen- en terugreis zodat het mogelijk is om af en toe halt te houden. Zo kan de reis ontspannen verlopen.
- Breng je medereizigers op de hoogte van het feit dat je diabetes hebt. Zo kunnen zij op de juiste manier ingrijpen wanneer er iets fout loopt.
- Ben je vatbaar voor zeeziekte? Dan is het raadzaam om dit voor je vertrek met je arts of diabeteseducator te bespreken. Let vooral op de risico’s van hypoglycemie wanneer je moet braken.