Een diabetesbehandeling normaliseert het bloedsuikergehalte. Ook het nastreven van een goed lichaamsgewicht, normale bloedvetten en een normale bloeddruk zijn preventieve maatregelen om laattijdige complicaties te voorkomen.
Voor een goede diabetesregeling is de combinatie van gezonde voeding, dagelijks extra beweging en een correcte inname van de medicatie zeer belangrijk.
Diabetes type 1
Bij diabetes mellitus type 1 is er een volledig tekort aan insuline door vernietiging van de bètacellen, gelegen in de eilandjes van Langerhans van de pancreas, waardoor geen insuline meer geproduceerd wordt. Door het gebrek aan insuline, blijft er te veel glucose in het bloed. Aangezien de bètacellen van de pancreas geen insuline meer kunnen produceren, moet er insuline ingespoten worden om normale bloedsuikergehaltes (glycemie) te bekomen. Een te lage bloedsuiker of hypoglycemie kan ontstaan wanneer je na een insuline-inspuiting te weinig koolhydraten eet of wanneer je extra inspanningen doet.
Diabetes type 2
Bij diabetes mellitus type 2 is eerst nog insuline aanwezig, maar werkt deze onvoldoende door de insulineresistentie (de insuline kan niet binnen in de cellen). Daardoor blijft er te veel glucose rondcirkelen in het bloed. Deze vorm van diabetes gaat meestal gepaard met overgewicht.
De behandeling bij type 2 zorgt er in de eerste plaats voor dat de werking van de aanwezige insuline wordt verbeterd. Dit kan bijvoorbeeld door vermageren en/of betere kwaliteit van voeding door middel van een voedingsaanpassing aangevuld met een medicamenteuze behandeling onder de vorm van tabletten of inspuitingen.
Na verloop van tijd kan geleidelijk aan aanvullend insuline nodig zijn. Op het moment van 4 injecties per dag gelden dezelfde voedingsadviezen als bij diabetes mellitus type 1. Het is dus belangrijk dat de hoeveelheid insuline en de hoeveelheid koolhydraten met elkaar in evenwicht zijn.
Educatie leert je:
- hoe je uit eten gaat
- wat je moet doen bij hypo- en hyperglycemie
- wat de impact is van beweging op de glycemie
- welke de koolhydraatbronnen zijn en hoeveel koolhydraten ze bevatten
- verpakkingen beoordelen/lezen om op die manier insulinenood te bepalen
- of er volgens de insulinetherapie al dan niet gezonde snacks tussendoor nodig zijn
Met al deze vragen kan je bij je diëtiste en/of diabeteseducator terecht.
Algemene voedingsadviezen
- Verdeel voeding gelijkmatig over de dag: eet 3 hoofdmaaltijden met of zonder 3 gezonde tussendoortjes (afhankelijk van de therapie). Op deze manier verdeel je de opname van de koolhydraten doorheen de dag.
- Zorg dagelijks voor extra beweging.
- Stop met roken.
- Vermijd het gebruik van suiker en gesuikerde producten.
- Beperk zout, daarmee voorkom je een hoge bloeddruk.
- Beperk de inname van alcohol, maar vermijd ook alcoholvrije alternatieven. Deze zijn vaak suikerrijk.
- Gebruik voldoende voedingsvezels, kies voor volwaardige producten.
- Zorg voor een gezond gewicht.
- Beperk het gebruik van vet en vetrijke producten en vermijd verzadigde (slechte) vetten.