Bij hemodialyse zuiveren we het bloed buiten het lichaam door een filter, de kunstnier. Het bloed wordt vanuit een bloedvat van de arm naar de kunstnier gepompt en weer terug. In de kunstnier worden afvalstoffen en overtollig vocht verwijderd, de zuurtegraad van het bloed geregeld en de zoutbalans opnieuw in evenwicht gebracht.
Om voldoende bloed op enkele uren te kunnen zuiveren, is een goede toegangsweg tot de bloedbaan nodig. Meestal leggen we hiervoor een arterio-veneuse fistel (AVfistel) aan. Dit is een verbinding tussen een ader en een slagader, door de vaatchirurg gemaakt onder plaatselijke verdoving. De fistel moet zich ontwikkelen (‘rijpen’) zodat deze na 8 à 10 weken aangeprikt kan worden.
Als een fistel niet mogelijk is, plaatsen we een getunnelde katheter in een groot bloedvat. Deze katheter blijft permanent ter plaatse.
Als dialyse dringend nodig is, wordt soms een tijdelijke katheter geplaatst om de behandeling onmiddellijk te kunnen opstarten.
Een dialysebehandeling duurt gemiddeld 4 uur en vindt minstens 3 keer per week plaats, op maandag-woensdag-vrijdag of dinsdag-donderdag-zaterdag, telkens in de voor- of namiddag. De frequentie en de duur van dialyse worden individueel aangepast door de nefroloog.
Thuishemodialyse is ook een mogelijkheid voor een selecte groep patiënten.