Vóór de ingreep
Eens je beslist hebt om de ingreep te laten uitvoeren, neem je contact op met de dienst opnameplanning (052 25 25 74). De medewerker bespreekt met jou:
- de precieze datum en uur van opname
- je kamerkeuze
- eventuele nog uit te voeren onderzoeken.
Je krijgt van de opnameplanner ook een onthaalbrochure en een inlichtingenformulier. Dit laatste vul je best thuis al in, het is een eerste voorbereiding op de verdoving tijdens de ingreep. Ook je huisarts moet een formulier invullen. Indien je ingreep in de voormiddag plaatsvindt, vragen we je eventueel om reeds de avond voordien in het ziekenhuis aanwezig te zijn. Gebeurt de ingreep later op de dag, dan volstaat het om de dag zelf in de voormiddag opgenomen te worden.
Wanneer niet alle preoperatieve onderzoeken uitgevoerd werden, dan zullen die alsnog gebeuren. Eventueel kan je behandelende arts het advies van een andere arts-specialist aanvragen. Alle resultaten worden verzameld in het elektronisch patiëntendossier.
De avond vóór de ingreep
- Mag je vanaf middernacht niets meer eten of drinken, dus ook geen water.
- In overleg met de arts mag je nog bepaalde medicatie innemen. Indien je insuline-afhankelijke suikerziekte hebt, krijg je een aangepaste insulinedosis.
De dag van de ingreep
- De operatiestreek wordt geschoren.
- Het is mogelijk dat je een middel krijgt om de darm te ledigen (een lavement).
- De verpleegkundige doet nog een laatste controle: zijn juwelen, tandprothesen, contactlenzen en nagellak verwijderd?
- Bloeddruk, pols en temperatuur worden gecontroleerd.
- Je krijgt een operatiehemd om aan te trekken. Een identificatiepolsbandje kreeg je reeds bij de inschrijving. Hierna brengt de verpleegkundige je naar het operatiekwartier.
Tijdens de ingreep
In het operatiekwartier word je ontvangen in de voorbereidingszaal. Hier wordt een infuus in de arm geplaatst om vocht en eventueel medicatie toe te dienen tijdens de ingreep. Er worden electroden op de borstkast gelegd om je hartwerking gedurende de ingreep te kunnen opvolgen. Er wordt in de operatiezaal een blaassonde geplaatst om de blaas leeg te houden gedurende de ingreep.
Verdoving
De anesthesist (slaapdokter) zal je onder volledige (algemene) verdoving brengen. Via het infuus wordt het verdovend middel toegediend, vervolgens zet de anesthesist een masker over je neus en mond waarlangs zuurstof wordt toegediend. Nadien word je suf en val je in slaap. Tijdens de operatie voel je helemaal geen pijn. Tijdens de ingreep lig je op een vrij harde tafel, het is mogelijk dat je hierdoor de volgende dagen wat spierpijn voelt.
De operatie duurt ongeveer 1 tot 2 uur.
Na de ingreep
In de ontwaakzaal of recovery word je na de ingreep weer stilaan wakker. Vaak heb je na een algemeen verdoving wat keelpijn ten gevolge van het buisje dat tijdens de ingreep in de luchtpijp geplaatst werd. Sommige patiënten zijn ook misselijk en moeten overgeven. Na toestemming van de anesthesist word je terug naar je kamer gebracht. Eens terug op je kamer zal je nog zorgvuldig geobserveerd worden. De verpleegkundigen helpen je doorheen die moeilijke eerste paar dagen. We zetten de verzorgings- en observatiepunten graag voor je op een rijtje:
- Het infuus
De leiding die in de operatiezaal werd aangebracht, zal de eerste dagen blijven zitten. Medicatie en het nodige vocht worden langs deze weg toegediend. Als de eventuele misselijkheid voorbij is en je hebt voldoende darmwerking, mag het infuus eruit, op aangeven van je arts.
- Medicatie
Dagelijks krijg je een onderhuidse inspuiting in de buikwand met een middel dat bloedklontervorming belet en zo flebitis/trombose voorkomt.
- Pijn
De eerste dagen krijg je pijnstillers, 4 maal per dag, via de infuusleiding. Wanneer je pijn hebt, dan vraag je best extra pijnstilling. De verpleegkundigen zullen je pijn ook bevragen door middel van een pijnschaal van 0 tot 10, waarbij “0” geen pijn betekent.
- Plassen
De eerste dagen na de ingreep is plassen vaak moeilijk. Daarom wordt tijdens de ingreep een blaassonde geplaatst. De urine kan langs daar wegvloeien. Hoe lang deze sonde ter plaatse blijft, is afhankelijk van de ingreep. De verwijdering ervan gebeurt op doktersvoorschrift door de verpleegkundigen.
- Stoelgang
Door de werking van de geneesmiddelen voor verdoving en pijnstilling én doordat je in bed ligt, is het normaal dat je stoelgangpatroon afwijkt van het gewone. Een opgezwollen buik door gasvorming en darmrommelingen zijn mogelijk. Om de stoelgang te vergemakkelijken, volstaan meestal een aangepaste voeding en eventueel een zacht laxeermiddel. Indien je deze ongemakken ondervindt, zeg het dan aan de verpleegkundigen.
- Opzitten en kinesitherapie
Bewegen en van houding veranderen bevordert de werking van longen, bloedsomloop en darmen, en voorkomt doorligwonden. De dag van de ingreep kan je reeds rechtop zitten met behulp van een verpleegkundige. Een kinesist zal je persoonlijk begeleiden en spierversterkende oefeningen voorschrijven bij een abdominale hysterectomie.
- Voeding
Zolang je darmwerking zich niet hersteld heeft, mag je niets eten. Je krijgt wel een slokje water. Bij tekenen van darmwerking krijg je achtereenvolgens een lichte maaltijd en nadien gewone voeding.
- Wondverzorging
- Bij hysterectomie via de buikwand
Mogelijk sijpelt er wat vocht uit de wonde. Dit vochtverlies kan een week duren en is op zich niet zorgwekkend. Soms is er een buisje in de wonde aangebracht om het wondvocht af te voeren. Het wordt na een paar dagen verwijderd. De huid kan op twee manieren gesloten worden: enerzijds met hechtingen die verwijderd dienen te worden, anderzijds door resorbeerbare hechtingsdraad die vanzelf oplost na verloop van tijd. De hechtingen die verwijderd moeten worden, worden op doktersvoorschrift verwijderd na zeven tot tien dagen. Het buiklitteken kan een hele tijd gevoelig blijven terwijl de wondnaad zelf vaak ongevoelig is.
- Bij vaginale hysterectomie
Ook hier is een bloederige en later gele afscheiding aanwezig en is de wonde gehecht met draadjes die na wondheling vanzelf oplossen. In beide gevallen is het belangrijk dat je zelf de wonde niet aanraakt wegens gevaar voor ontsteking!
- Vaginaal verlies
Afhankelijk van het soort ingreep heb je in min of meerdere mate vaginaal bloed- en bruinverlies dat enkele weken kan aanhouden. In sommige omstandigheden wordt ook een vaginale wiek geplaatst. Deze wordt na een paar dagen verwijderd door de arts. Indien je tijdens of na je verblijf in het ziekenhuis overvloedig bloedverlies hebt, moet je je arts of verpleegkundige steeds verwittigen.
- Bij hysterectomie via de buikwand