Ooglidchirurgie
De positie en de werking van de oogleden bepaalt mede het goed functioneren van de ogen. De oogleden hebben ook een grote invloed op het uiterlijk van het aangezicht. De meest voorkomende afwijkingen van de oogleden - die chirurgisch gecorrigeerd kunnen worden - zijn:
- een teveel aan huid en/of vet van de onder- of bovenoogleden (=dermatochalasis)
- een zakkend bovenooglid (=ptosis)
- het naar buiten (=ectropion) of naar binnen (=entropion) draaien van een ooglid
- een gezwel op het ooglid, gevolgd door chirurgisch ooglidherstel
De ingreep
Ooglidoperaties gebeuren meestal onder lokale verdoving (via een prikje in het ooglid). In het dagcentrum wordt vooraf reeds lokaal een verdovende crème aangebracht.
Verzorging na de ingreep
Meestal zal je na de operatie een oogzalf meekrijgen. Deze dien je gedurende 5 dagen 2x per dag in het geopereerde oog aan te brengen. Je kan de eerste dagen eventueel regelmatig het ooglid koelen met een coolpack. Na 5 à 7 dagen moeten de hechtingen verwijderd worden.
Complicaties
Zoals bij elke operatie, is aan deze ingreep een bepaald risico verbonden. Je arts neemt wel alle maatregelen om dit minimaal te houden.
- Zeer zeldzaam kan er na de operatie een bloeding in de oogkas optreden. Dit is de meest ernstige complicatie, die door verdrukking van oogbol en oogzenuw tot blindheid kan leiden.
- Overmatige littekens en infecties kunnen (eveneens zeldzaam) optreden.
- Een blauw oog is frequent, evenals wat irritatie in de ogen of een gevoeligheid in de ooghoek. Deze verdwijnen spontaan.
Neem onmiddellijk contact op met je oogarts indien je na de operatie ernstige klachten hebt zoals:
- plots zichtverlies
- een uitpuilende oogbol
- hevige pijn