Een knieprothese is de vervanging van het zieke kniegewricht door een kunstgewricht. Het team Orthopedie geeft regelmatig een heup- en knieklas. Tijdens deze sessie krijg je meer informatie over het plaatsen van een nieuwe heup- en/of knieprothese.
Indicatie voor een knieprothese
- Artrose van de knie
- Avasculaire necrose van de knie
Soorten knieprothesen
Er bestaan verschillende soorten knieprothesen. De keuze wordt bepaald door verschillende factoren zoals indicatie, leeftijd, botkwaliteit, activiteitsniveau, enzovoort. De keuze is geval per geval anders en wordt bepaald in samenspraak tussen patiënt en chirurg.
- Totale knieprothese: zowel het zieke kraakbeen van het dijbeen (femur), het bovenste deel van het scheenbeen (tibia) en de knieschijf (patella) worden vervangen. Tussen deze componenten komt een harde plastic (polyethileen)
- Unicondylaire prothese (ook wel eens een ‘halve knieprothese’ genoemd): enkel het kraakbeen van het bovenste deel van het scheenbeen (tibia) en het dijbeen (femur) van binnen- of buitenzijde van de knie wordt vervangen. Het goede krakbeen van de knieschijf (patella) en de binnen- of buitenzijde wordt niet vervangen
- Patellofemorale knieprothese: alleen het kraakbeen van de knieschijf (patella) en het kraakbeen van het dijbeen (femur) dat correspondeert met de knieschijf (patella) wordt vervangen
Procedure
Het plaatsen van een knieprothese gebeurt langs een incisie (snede: +/- 15 cm) aan de voorzijde van het kniegewricht. Eens het kniegewricht bereikt is, wordt het zieke kraakbeen weggenomen. De maat van de prothese wordt bepaald door de grootte van je bot. Wanneer de testprothese mooi aanpast, wordt de definitieve prothese met botcement verankerd.
Nazorg - Op de afdeling
- eerste dag na de operatie: transfer van bed naar zetel
-
- opzitten
- starten met gangrevalidatie (steunname toegelaten)
- oefeningen op Kinetec-toestel (elektrische plooimachine)
- tweede en daaropvolgende dagen (in de oefenzaal):
- verdere gangrevalidatie
- voorzichtige mobilisatieoefeningen
- tonificatieoefeningen
Nazorg - Ontslag naar huis
- eens de knie goed beweeglijk is (een mobiliteit heeft van 0-90°), de wonde mooi droog is, de pijn onder controle is en de patiënt goed in staat is om te stappen met krukken.
Nazorg - Thuis
- verdere gangrevalidatie en oefentherapie met progressieve steunname
- toediening van spuitjes tegen de trombose gedurende 6 weken
- antitrombosekousen gedurende 6 weken
Complicaties van een knieprothese
Het complicatierisico ligt tussen de 0 en 5%. De belangrijkste zijn:
- infectie of wondproblemen
- bloeduitstorting
- DVT of bloedklonter in de onderbenen (hiervoor krijg je preventief spuitjes en antitrombosekousen)
- stijfheid