Een mammotoombiopsie of ‘vacuüm geassisteerde radiologisch geleide biopsiename van de borst’ is een techniek waarbij door middel van een dikke biopsienaald een weefselstaal uit een letsel wordt genomen. Dit letsel is radiologisch (meestal microverkalkingen) of echografisch (nodule of ‘bolletje’) zichtbaar.
Door het nemen van de biopsie kunnen we onderzoeken of het letsel goed- of kwaadaardig is. Indien het kwaadaardig is, is een chirurgische ingreep (borstoperatie) noodzakelijk. Goedaardige letsels kleiner dan 1,5 à 2 cm kunnen tijdens de mammotoombiopsie soms volledig verwijderd worden.
Na het onderzoek zal slechts een klein littekentje op de huid zichtbaar zijn. Dit onderzoek vindt plaats op de afdeling Medische Beeldvorming/Radiologie en wordt uitgevoerd door een radioloog. Je hoeft hiervoor niet in het ziekenhuis opgenomen te worden. Belangrijk is wel dat je alle relevante voorgaande beeldvormingsdocumenten van de borst meebrengt (mammografie, echografie, MRI, … ). Deze foto’s worden steeds vóór het onderzoek bekeken door de radioloog.
Voorbereidingen
- Ben je zwanger? Meld dit zeker aan de arts en verpleegkundige.
- Gebruik je bloedverdunners? Meld dit zo snel mogelijk aan de behandelende arts in de Borstkliniek of jouw huisarts. Je arts beslist of je tijdelijk moet stoppen met het nemen van deze medicatie.
- De dag van het onderzoek:
- Gebruik geen zalf, crème of poeder op de borsten.
- Draag gemakkelijke kledij.
Het onderzoek zelf
Indien het letsel echografisch zichtbaar is, zal het onderzoek plaatsvinden onder echografie. De radioloog zal eerst de afwijking in de borst nogmaals opzoeken via echografie. Onder lokale verdoving van de borst en na een kleine insnede in de huid wordt onder echogeleide een dikke naald ingebracht. De radioloog zal het letsel biopteren (een stukje weefsel verwijderen).
Indien het letsel enkel op de mammografie zichtbaar is, zal het onderzoek onder mammografie plaatsvinden. Eerst wordt een nieuwe mammografische opname van de borst gemaakt. Speciale meetapparatuur berekent de plaats en de diepte waar het letsel zich bevindt. Je borst blijft geklemd zitten tussen de steunplaat en compressieplaat van het toestel.
Daarna brengt de radioloog onder lokale verdoving van de borst en na het maken van een kleine insnede in de huid, de mammotoomnaald in. De radioloog neemt dan biopten (stukjes weefsel) van het letsel .
Tijdens het onderzoek worden vaak nog meerdere foto’s genomen van de borst. Het onderzoek duurt in totaal ongeveer 45 minuten, waarbij je gedurende 20 minuten zo stil mogelijk moet zitten of liggen.
Na het onderzoek
De stukjes weefsel worden na het onderzoek naar dienst Pathologische Anatomie gebracht om verder te onderzoeken. Enkele dagen later krijgt je aanvragende arts het resultaat. Hij brengt je op de hoogte.
Nazorg
- Na het onderzoek drukt de verpleegkundige nog 15 minuten na op de borst om de plaats waar de naald ingebracht werd toe te drukken.
- Er wordt een drukverband aangebracht. Dit mag je zelf na 24 uur verwijderen.
- De radioloog zal de insteekplaats dichtkleven met huidlijm of hechten.
- Indien er gehecht werd, kan je de hechtingen na 10 dagen door de huisarts laten verwijderen. Je mag de hechtplaats regelmatig ontsmetten.
- de huidlijm komt na enkele dagen vanzelf los. De insteekplaats is dan al dichtgegroeid.
- De dag van het onderzoek mag je geen zware arbeid meer verrichten.
- Je mag douchen de dag na het onderzoek.
- Een bad nemen of zwemmen is niet toegestaan gedurende 7 dagen.
Complicatie
- Op de insteekplaats kan een blauwe plek ontstaan. Deze verdwijnt vanzelf na een paar dagen.
- Bij uitzonderlijk opzwellen van de borst, neem je contact op met de dienst Medische Beeldvorming/Radiologie, de borstkliniek of je huisarts.
- De borst kan nog enkele dagen pijnlijk zijn. Hiervoor mag je paracetamol (bijvoorbeeld Dafalgan) innemen. Gebruik geen aspirine of aspirine-derivaten.