Wanneer?
Bij het begin van de zwangerschap zal je behandelende arts en/of de zwangerschapscoach heel wat informatie verzamelen over jou, jouw partner en jouw familie om het verloop van de zwangerschap en de bevalling zo goed mogelijk te kunnen inschatten.
De controles gebeuren:
- tot 33 weken zwangerschap: om de 4 à 5 weken
- van 33 tot 39 weken zwangerschap: om de 14 dagen
- nadien ongeveer om de 3 dagen
Wij raden je aan om bij elke consultatie je zwangerschapsboekje te laten invullen en dit mee te brengen bij de bevalling. We ontwikkelden ook een handige opvolgkaart (63.02 KB) pdf (63.02 KB) "pdf".
Wat controleren we tijdens elke raadpleging?
- gewicht, bloeddruk (facultatief), urine
- uitwendig onderzoek
- meting van de baarmoederhoogte
- controle van de harttoontjes
- vaginaal onderzoek of bloedonderzoek naargelang de noodzakelijkheid
De algemene bloedonderzoeken bestaan uit:
- bloedgroepbepaling
- nagaan van het aantal rode bloedcellen om eventuele bloedarmoede uit te sluiten
- nagaan van immuniteit voor rode hond (rubella), kattenziekte (toxoplasmose) en CMV (CytoMegaloVirus)
- HIV, Syfilis, Hepatitis B en C
Op het einde van de zwangerschap (35 à 37 weken) wordt met een katoenen staafje een vaginaal staaltje genomen om streptokokken B-infectie op te sporen.
Opvolging door huisarts of zelfstandige vroedvrouw
In een gezonde zwangerschap kunnen de raadplegingen ook bij je huisarts of bij een zelfstandige vroedvrouw plaatsvinden. In dit geval dien je ook 3 afspraken te maken bij één van de gynaecologen voor het uitvoeren van de zwangerschapsechografieën.